click below
click below
Normal Size Small Size show me how
GNK HK 2018
Heelkunde toets 2018
| Question | Answer |
|---|---|
| Aortaruptuur net distaal van de a. subclavia sinistra | CT-angio |
| Aorta ruptuur direct onder de clavicula | CT-angio (je kunt niet echoën door het bot) |
| Wat is de beste manier om de verdenking op geruptureerd abdominaal aneurysma van de aorta te bevestigen? | Echo (dit is het snelste, goedkoopste, minst belastbaar). |
| De a. femoralis is een voortzetting van? | De a. iliaca externa |
| Waar loopt de v. splenica in over? | Vena porta |
| Wat is niet een oorzaak van een aneurysma/aortadissectie? | Alcohol abuses WEL: hypertensie, COPD, marfan |
| Een AAA ligt meestal craniaal van de aa. Renalis | Onjuist |
| Een AAA ligt meestal onder/boven de aa. Renalis? | Onder de a. Renalis |
| Welk van onderstaande symptomen passen het meest bij de diagnose geruptureerd AAA" a. Pijn tussen schouderbladen b. Rugpijn met uitstraling in een been c. Buikpijn d. Rugpijn met collaps | d. Rugpijn met collaps Uitleg: Een scheurende pijn tussen de schouderbladen past meer bij een thoracale dissectie. Pijn met uitstraling naar het been past meer bij een HNP. |
| Een AAA moet geopereerd worden bij een diameter van meer dan: a. 3cm b. 6cm c. 10cm d. 12cm | b. 6 cm Uitleg: bij vrouwen vanaf 5 cm opereren, bij mannen vanaf 5.5cm opereren. Sprake van een AAA wanneer de aorta 1.5x zo groot is in diameter dan normaal. |
| Hoeveel cm. uitbreiding van een aneurysma voordat er een indicatie is tot opereren? a. 2cm b. 3cm c. 4cm d. 5cm | d. 5cm Uitleg: bij vrouwen vanaf 5 cm indicatie voor opereren, bij mannen 5.5 cm. |
| Een ruptuur van de aorta abdominalis bloedt meestal intraperitoneaal: juist/onjuist | Onjuist Uitleg: retroperitoneeal |
| Meest voorkomende oorzaak van veneuze insufficiëntie? a. Varicosis b. DVT c. Staand beroep | b. DVT |
| Chronische veneuse insufficientie door: a. DVT b. Varicosis c. Staand beroep d. DM | a. DVT |
| Welke uitspraak is juist? DVT: a. ontstaat vooral na ingrepen in het kleine bekken b. wordt uitgesloten door het gebruiken van subcutane heparine c. moet vaak worden behandeld met een cava-filter d. kan goed met klinisch onderzoek worden uitgesloten | a. ontstaat vooral na ingrepen in het kleine bekken. |
| Een zittend beroep is een risicofactor voor DVT: juist/onjuist | Onjuist |
| Kanker is een risicofactor voor DVT: juist/onjuist | Juist |
| Waar komen varices het vaakst voor? a. antero-mediaal b. antero-lateraal c. posterior-mediaal d. posterior-lateraal | a. antero-mediaal |
| Welk antwoord is onjuist? De kans op DVT wordt verhoogd door: a. overvulling b. maligniteit c. hoge leeftijd d. zwangerschap | a. overvulling Uitleg: overvulling is geen risicofactor voor DVT. O.a. hypertensie, hoge leeftijd, immbolisatie, zwangerschap, maligniteit, oestrogeengebruik etc. zijn dit wel. |
| Onstaan van veneuze insufficientie na DVT duurt: a. enkele weken b. enkele maanden c. enkele jaren d. tientallen jaren | c. enkele jaren. Uitleg: post-trombotisch syndroom is veneuze insufficientie als gevolg van een doorgemaakte DVT. Kenmerken: oedeem, jeuk, pijn, trofische stoornissen, hyperpigmentatie en dilatatie van subcutane venen. |
| De terugstroom van bloed van de v. saphena magna en v. saphena parva wordt ondersteund door spierbewegingen: juist/onjuist? | Onjuist. VSM en VSP vormen het oppervlakkige veneuze systeem. Deze liggen tussen subcutis en de huid, niet nabij de spierkoker. Diepe venen worden wel ondersteund door spierbewegingen (v. femoris, v. poplitea, v. peronae) |
| In tegenstelling tot arteriële claudicatio gaat neurogene claudicatio pas over als je gaat zitten: juist/onjuist? | Onjuist. Uitleg: bij neurogene claudicatio intermittens worden de pijnklachten niet minder in rust. Bij arteriële claudicatio wel. |
| Hoeveel kans heeft een claudicant binnen 10 jaar op een amputatie? a. 10% b. 20% c. 30% d. 40% | a. 10% |
| Welke bewering is juist? Pijn in een been door arteriële insufficientie: a. wordt erger bij inspanning b. gaat gepaard met nachtelijke krampen c. leidt meestal tot verlies van een extremiteit d. is zelden alleen met een anamnese goed te duiden | a. wordt erger bij inspanning Uitleg: voornamelijk na wandelen of traplopen. De klachten verdwijnen in rust. |
| Waarop kan een acute arteriële afsluiting van een been lijken? a. Erysipelas b. Verlamming c. Trombosebeen | b. Verlamming Uitleg: acute arteriële afsluiting geeft een zwaar, moe gevoel, soms tintelingen, krampende pijn als klachten. |
| In welke arterie komen aneurysmata het MINST voor? a. a. femoralis b. a. poplitea c. a. iliaca communis d. a. iliaca externa | d. iliaca externa |
| Welk bloedvat kruist ventraal van de linker vena renalis? a. De vena porta b. a. mesenterica inferior c. a. mesenterica superior d. truncus coeliacus | c. a. mesenterica superior |
| Bij een man (59 jr met DM) wordt een ulcus op de mediale malleolus waarschijnlijk veroorzaakt door: a. veneuze insufficientie b. arteriele insufficientie | a. veneuze insufficientie |
| DM met ulcus op mediale malleolus: a. Veneus b. Arterieel c. neurogeen | Veneus |
| Ulcus op metatarsalephalange: a. Arterieel b. Trauma c. Veneus d. Neurogeen | d. Neurogeen Uitleg: ulcus op de MTP is nagenoeg altijd op basis van neuropathie (vaak bij DM). |
| Hoe kijkt men tijdens een CABG op de de bypass goed open is? | Echo-doppler |
| Man heeft last van kramp bij lopen, verdwijnt bij rust. Pulsatie a. femoralis zijn zwak. Wat is de beste behandeling? a. looptraining b. revascularisatie c. statines | a. looptraining Bij Fontaine I en II -> conservatieve therapie: looptraining Bij Fontaine II en IV -> invasieve behandeling |