Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
Don't know
Know
remaining cards
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards
share
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Nederlands - Spaans

QuestionAnswer
één Uno
Twee Dos
Drie Tres
Vier Cuatro
Vijf Cinco
Zes Seis
Zeven Siete
Acht Ocho
Negen Nueve
Tien Diez
Elf Once
Twaalf Doce
Dertien Trece
Veertien catorce
Vijftien Quince
Zestien Diecicéis
Zeventien Diecisiete
Achtien Dieciocho
Negentien Diecinueve
Twintig Veinte
Eenentwintig Veintiúno, -a
Tweeëntwintig Veintidós
Drieëntwintig Veintitres
Vierentwintig Veinticuatro
Vijfentwintig Veinticinco
Zesentwintig Veintiseis
Zevenentwintig Veintisiete
Achtentwintig Veintiocho
Negenentwintig Veintinueve
Dertig Treinta
eenendertig Treinta y uno, una
Tweeëndertig Treinta y dos
drieëndertig Treinta y tres
Veertig Caurenta
Eenenveertig Cuarenta y uno, una
Tweeënveertig Cuarenta y dos
Drieënveertig Cuarenta y tres
Vijftig Cincuenta
Eenenvijftig Cincuenta y uno, una
Tweeënvijftig Cincuenta y dos
Drieënvijftig Cincuenta y tres
Zestig Sesenta
Eenenzestig Sesenta y uno, una
Tweeënzestig Sesenta y dos
Drieëenzestig Sesenta y tres
Zeventig Setenta
Eenenzeventig Setenta y uno, una
Tweeënzeventig Setenta y dos
Drieënzeventig Setenta y tres
Tachtig Ochenta
Eenentachtig Ochenta y uno, una
Tweeëntachtig Ochenta y dos
Drieëntachtig Ochenta y tres
Negentig Noventa
Eenennegentig Noventa y uno, una
Tweeënnegentig Noventa y dos
Drieënnegentig Noventa y tres
Honderd Ciento, Cien
Honderdeneen Ciento y uno, una
Tweehonderd Doscientos, -as
Driehonderd Trescientos, -as
Vierhonderd Cuatrocientos, -as
Vijfhonderd Quinientos, -as
Zeshonderd Seiscientos, -as
Zevenhonderd Setecientos, -as
Achthonderd Ochocientos, -as
Negenhonderd Novecientos, -as
Duizend Mil
Tweeduizend Dos mil
Drieduizend Tres mil
Honderdduizend Cien mil
Tweehonderdduizend Doscientos mil, -as
Miljoen Un millón
Twee miljoen Dos millones
Miljard Mil millones
Biljoen Un billón
Eerste Primero
Tweede Secundo
Derde Tercero
Vierde Cuarto
Vijfde Quinto
Zesde Sexto
Zevende Séptimo
Achtste Octavo
Negende Noveno
Tiende Décimo
Twintigste Vigésimo, veinteavo
Dertigste Trigésimo, treintavo
Honderdste Centésimo
Duizendste Milésimo
Miljoenste Millonésimo
De eerste klas La primera clase
De tweede pagina La secunda página
De eerste stappen Los primeros pasos
De eerste pagina's Las primeras páginas
Zaken Negocios
Zaken doen Hacer Negocios
Iemand bevoorraden Abastecer a alguien
Iets beëindigen. Acabar
Iets zojuist gedaan hebben. Acabar de
Iets accepteren, iets aannemen Aceptar
Verduidelijken Aclarar
Iemand begeleiden Acompañar
Iets verwerven Adquirir
Iets verklaren, iets bevestigen Afirmar
Iemand bedanken Agradecer a alguien
Lunchen Almorzar
Iets huren lquilar
Analyseren Analizar
Iets noteren Anotar
Parkeren Aparcar, estacionar
Te zien zijn, verschijnen Aparecer
Verschuiven Aplazar
Iets benutten Aprovechar
Zich haasten Apurarse (L.A.)
Helpen Ayudar
Wisselen, ruilen, veranderen Cambiar
Annuleren Cancelar
Vieren Celebrar
Chatten Chatear
Kopen Comprar
Iets vastleggen Concertar
Iets bepalen Concretar
Bevestigen Confirmar
Iemand (leren) kennen Conocer a alguien
Iets verkrijgen Conseguir
Iemand om raad vragen Consultar a alguien
(Be) antwoorden Contestar
Met elkaar praten Conversar
Coördineren Coordinar
Groeien, stijgen Crecer
Geloven, denken Creer
Bekend maken Dar a conocer
Zich haasten Darse prisa (Spanje)
Moeten Deber
Moeten (vermoeden) Deber de
Stoppen met Dejar de
Uitrusten Descansar
Ontslaan Despedir a alguien
Zich onderscheiden Diferenciarse
Zich verontschuldigen Disculparse
Iets bespreken, onderhandelen Discutir
Iets verminderen Disminuir
Iets onderscheiden Distinguir
Iets produceren, iets bewerken Elaborar
Kiezen, uitkiezen Elegir
Beginnen Empezar
Verkeerd verstaan Entender mal
Zich vergissen Equivocarse
Luisteren Escuchar
Wachten, verwachten, hopen Esperar
Iets vastleggen, vastellen Establecer
Het naar de zin hebben Estar a gusto
Op het punt staan te Estar a punto de
Ermee eens zijn Estar de acuerdo
Goedgehumeurd zijn Estar de buen humor
Vermijden Evitar
Uitleggen Explicar
Tentoonstellen Exponer
Iets uitdrukken Expresar
Iets vieren Festejar (fiestas)
Deel uitmaken van, horen bij Formar parte de
Functioneren, werken Funcionar
Iets garanderen Garantizar
(Aan)Klikken Hacer clic
Iemand laten wachten Hacer esperar a alguien
Vragen stellen Hacer preguntas
Opleggen; imponeren Imponer
Iets invoeren Importar
Iets omvatten Incluir
Informeren Informar
Informatie zoeken over iets Informarse sobre algo
Iemand uitnodigen Invitar a alguien
Iemand ophalen Ir a buscar a alguien
Weggaan Irse
roepen Llamar
(op) bellen Llamar (por teléfono)
Iemand meenemen, vervoeren Llevar a alguien
Iemand lokaliseren, vinden Localizar a alguien
Versturen Mandar, enviar
Contacthouden Mantenerse en contacto
Noemen Mencionar
Verzachten Mitigar
Op internet surfen Navegar en/por internet
Over iets onderhandelen Negociar
Organiseren Organizar
Doorbrengen, langs komen Pasar
Plezier hebben Pasarlo bien
Vragen om, bestellen Pedir
Iets denken Pensar
Iets van plan zijn Pensar + infinitivo
Toestaan Permitir
Behoren tot iets, horen bij Pertenecer a
Plannen Planear
Praten, kletsen Platicar (México)
Mogen kunnen Poder
Iets leggen, zetten, neerleggen. Poner
Beginnen met werken Ponerse a trabajar
Aan de telefoon komen Ponerse al teléfono
Het eens worden Ponerse de acuerdo
Contact met elkaar opnemen Ponerse en contacto
Uitstellen Posponer
Een voorkeur hebben Preferir
Vragen Preguntar
Naar iets vragen Preguntar por algo
Iets voorbereiden Preparar
Iemand voorstellen Presentar a alguien
Iets voorzien Prever
Proeven Probar
Iets verwerken Procesar
Verbieden Prohibir
Beloven Prometer
voorstellen Proponer
Iets publiceren Publicar
Blijven Quedarse
Iets herkennen Reconocer
Reizen door Recorrer
Zich afspiegelen in iets Reflejarse en
Iets verdelen Repartir
Reserveren Reservar
Bij elkaar komen Reunirse
Vergaderen Reunirse
Iemand groeten Saludar a alguien
Voortduren, doorgaan, volgen Seguir
Gaan zitten Sentarse
Zich voelen Sentirse
Aanvragen Solicitar
Rinkelen, klinken Sonar
Iets leveren Suministrar
Iets vermoeden Suponer
Telefoneren Telefonear
Hebben Tener
Iets gemeen hebben Tener en común
Zin hebben om (iets te doen) Tener ganas de
Gelijk hebben Tener razón
Iets beëindigen Terminar
Werken Trabajar
Vertalen Traducir
Iemandvousvoyeren Tratar de usted a alguien
Gaan over iets Tratarse de
Iemand tutoyeren Tutear a alguien
Verkopen Vender
Afspreken Verse, encontrarse, quedar
Reizen Viajar
Iets nogmaals doen Volver a
Terugkomen Volver, regresar
Ondertekenen Firmar
Het eten La comida
Drankje La bebida
Menu El menú
Menukaart La carta
Wijnkaart La carta de vinos
Bestek Los cubiertos
Mes El cuchillo
Vork El tenedor
Lepel La cuchara
Glas El vaso
Bestelling El pedido
Dagschotel Plato del día
Lunch Almuerzo
Ontbijt El Desayuno
Diner La sena
Gerecht El plato, la comida
Dagschotel El menú del dia
Voorgerecht Los entremeses, la entrada
Hoofdgerecht La comida principal
Bijgerecht La quarnicíon
Nagerecht El postre
Kindermenu El plato para niños
Vegetarisch Vegetariano
Visgerecht Pescados
Gebakken Frito
Gebraden Asado
Gekookt Cocido
Goed doorbakken Bien asado
Gepaneerd en gebakken A la romana
Rauw Crudo
Gerookt Ahumado
Brood El Pan
Boter El mantequilla
Belegd broodje El bocadillo
Worst La salchicha
(Paprika)worst El chorizo
Ham El jamón
Kaas El queso
Ei El huevo
Olijfen Aceitunas
Kroketten Croquetas
Bouillon El caldo
Salade La ensalada
Soep La sopa
Groentesoep La sopa de verduras
Vissoep La sopa de pescado
Groente La verdura
Selderij La apio
Aardappel La patata
Rijst El arroz
Tomaat El tomate
Komkommer El pepino
Ui La cebolla
Spek El tocino
Kotelet La chuleta
Biefstuk El bistec
Gehakt La carne picada
Rundvlees La carne de vaca
Varkensvlees Cerdo
Konijn Conejo
Lamsvlees Cordero
Schnitzel El escalope
Kip El pollo
Vis El Pescado
Schelvis El eglefino
Kabeljauw EL bacalao
Zeetong El lenguado
Zeebaars La lubina
Schelvis La merluza
Forel La trucha
Haring El arenque
Ansjovis Boqeurones, anchoa
Paling Anguila
Karper Carpa
Goudbrasem Dorada
Schaaldieren Los mariscos
Krab Cangrejo
Mossel Mejillones
Inktvis La Sepia
Pijlinktvis El Calamar
Grote inktvis El Pulpo
Garnaal La Gamba
Zalm El salmón
Tonijn El atún
Omelet La tortilla
azijn El vinagre
Olie El aceite
Peper La pimienta
Zout La sal
Room Nata
Ijs Helado
Pudding El flan
Taart La tarta
Koekje La galleta
Bier La cerveza
Wijn El vino
Mouserende wijn Cava, Champán
Lichtrode, droge wijn Licht rode, droge wijn
Cherry Jerez
Brandewijn Aguardiente
Cognac Coñac
Water Agua
Mineraal water Agua mineral
Koffie Café americano
espresso Café solo
Thee El té
Melk La leche
Vruchtensap Zumo
De familie La familia
Het familielid El/la pariente
De oma La abuela
De opa El abuelo
De moeder La madre
De vader El padre
De dochter La hija
De zoon El hijo
De broer El hermano
De zus La hermana
De oom El tío
De tante La tía
De neef (zoon van broer zus) El sobrino
Nichtje(dochter van broer/zus) La sobrina
De neef (zoon van tante/oom) El primo
Nichtje(dochter van tante/oom) La prima
De kleinzoon El nieto
De kleindochter La nieta
De zwager El cuñado
De schoonzus La cuñada
De schoonzoon El yerno
De schoondochter La nuera
De schoonvader El suegro
De schoonmoeder La suegra
De ouders Los padres
De schoonouders Los suegros
De grootouders Los abuelos
Het kind El niño / La niña
De jongen El chico
Het meisje La chica
De baby El bebé
Tweeling (eeneiige) Los gemelos
Tweeling (twee-eiige) Los mellizos
Mijn man Mi marido, mi esposo
Mijn vrouw Mi mujer, mi esposa
Het huwelijk El matrimonio
Mijn broers en zussen Mis hermanos
Mijn vader Mi padre, mi papá
Mijn moeder Mi madre, mi mamá
Het weer El tiempo
De weersvoorspelling La previsión del tiempo
De zon El sol
De mist, nevel La neblina
Zonnig Soleado
De droogte La sequía
De regen La lluvia
Regenen Llover
De overstromingen Las inundaciones
De regenbui El chubasco
De regenboog El arco iris
De sneeuw La nieve
De sneeuwbui La nevada
Sneeuwen Nevar
Sneeuwvlokken Los copos de nieve
De hagel El granizo
De hagelstenen Las piedras de granizo
De storm El temporal, la tormenta
De orkaan El huracán
De tyfoon, cycloon El ciclón
De donder en de bliksem El trueno y el rayo
Bewolkt Nublado
De wolk La nube
Opklaren Despejar
Koud Frío
De warmte El calor
De temperatuur La temperatura
De maximum temperatuur La temperatura máxima
Aangenaam Agradable
De wind El viento
De hittegolf La ola de calor
De koudegolf La ola de frío
De luchtdruk La presión atmosférica
Het hogedrukgebied La zona de alta presión
Het lagedrukgebied La depresión
Snelweg La autopista
Verkeer El tránsito
Rijstrook La pista
Bocht La curva
Gevaarlijke bocht La curva peligrosa
Gevaarlijke afdaling La bajada peligrosa
Slecht wegdek La calzada en mal estado
Omleiding El desvío
Tunnel El túnel
Brug El puente
Kruising El cruce
Snelheidsbeperking El Limite de velocidad
Maximum snelheid La velocidad máxima
Inhalen Adelantar
Verkeerslicht El semafóro
Verkeersbord La señal
Fietspad La pista de bicicletas
Wegwerzaamheden Las obras
Tankstation, benzinestation El estación de servicio, la bencinera
Benzine La gasolina
Diesel El gasóleo, diesel
Tank, reservoir El depósito
tolweg La autopista de peaje
Provinciale weg La carretera
Parkeren Aparcar
Parkeerplaats El aparcamiento, estacionamiento
Pech La avería
wegenwacht Auxilio en carretara
Congestie, file La Congestión
Snelheidscontrole El control de velocidad
Het hoofd La cabeza
De hersenen El cerebro
Het haar El pelo, el cabello
De nek La nuca
Het voorhoofd La frente
De ogen Los ojos
De wimpers Las pestañas
De wenkbrauwen Las cejas
De wangen Las mejillas
De oren Las orejas
De gehoororganen Los oídos
De neus La nariz
De mond La boca
De lippen Los labios
De tong La lengua
De tanden Los dientes
De kiezen Las muelas
De kin La barbilla, el mentón
De hals El cuello
De keel La garganta
De schouders Los hombros
De armen Los brazos
De elleboog El codo
De pols La muñeca
De hand La mano
De vingers Los dedos de la mano
De borstkas El tórax
De borst El pecho
De borsten Los pechos, los senos, las mamas
De maag El estómago
De buik El vientre, la barriga
De rug La columna,La espalda, la columna
De ruggegraat vertebral
De benen Las piernas
Het dijbeen El muslo
De knie La rodilla
De kuit La pantorrilla
De enkel El tobillo
De hiel El talón
De voet El pie
De tenen Los dedos del pie
De spieren Los músculos
De oksel La axila, el sobaco
De kont El trasero, las nalgas, el culo
De billen Las nalgas
De botten Los huesos
De knieschijf La rótula
De rib La costilla
De heup La cadera
Het skelet El esqueleto
De schedel El cráneo
De longen Los pulmones
De darmen Los intestinos
Het hart El corazón
De huid La piel
De nier El riñón
Het gezicht La cara
De lever El hígado
Het schouderblad El omoplato
De nagels Las uñas
De duimen Los pulgares
De grote teen El dedo gordo del pie
De taille La cintura
De meniscus El menisco
Dokter El médico
De zieke El enfermo
Medicijnen Los medicamentos
Verband La venda
Verpleegster La enfermera
Pleister La escayola
spuitje La jeringa
Gezond Sano
Ziek Enfermo
Pijn El dolor
Griep La gripe
Alergie Alergia
Astma El asma
Besmettelijk Contagioso
Bloeden Sangrar
Bof Las paperas
Botbreuk La fractura
Diabetes La diabetes
Duizeligheid Mareo
Gezwollen Hinchado
Infectie La infección
Mazelen El sarampión
Maagpijn El dolor de estómago
Misselijkheid Las náuseas
narcose La anestesia
Nieronsteking La nefritis
Niersteen Cálculo renal
Onderzoek El examen
Operatie La operacíon
Reuma El Reúma
Rodehond Rubeola
Roodvonk Escarlatina
Spit Lumbago
Spreekuur Consulta
Tetanus Tétano
Tyfus Tifus
Uitslag La erupción
Vergiftiging El envenenamiento
Verkoudheid El constipado, resfrío
Verlamming La parálisis
Verstuikt Dislocado
Verwonding La herida
Virus El Virus
Voedselvergiftiging La intoxicación
Waterpokken Varicela
Zonnesteek La insolación
Zweer Úlcera
Weerstand La recisistencia física
Beter worden Recuperarse
Gewicht El Peso
Afvallen Perder peso
Vorige week La semana pasada
Volgende week La próxima semana (la semana que viene)
Het weekend El fin de semana
Eergisteren Anteayer
Gisteren Ayer
Vandaag Hoy
Morgen Mañana
Overmorgen Pasado mañana
Eén keer per dag Una vez al día (una vez por día)
Twee keer per dag Dos veces al día, dos veces por día
Eén keer per week Una vez a la semana (una vez por semana)
Twee keer per week Dos veces a la semana (dos veces por semana)
Eén keer per maand Una vez al mes (una vez por mes)
Twee keer per maand Dos veces al mes (dos veces por mes)
Eén keer per jaar Una vez al año (una vez por año )
Twee keer per jaar Dos veces al año (dos veces por año )
De eerste keer La primera vez
De laatste keer La última vez
Iedere keer Cada vez
Nog een keer Otra vez
Tegelijkertijd A la vez (al mismo tiempo)
Altijd Siempre
Vaak A menudo (muchas veces)
Soms A veces
Af en toe De vez en cuando
Nooit Nunca
Al Ya
Bijna Casi
Nog steeds Todavía (aún)
Nu Ahora
De laatste tijd Últimamente
Dikwijls Con frecuencia
Zelfs Incluso (aun, hasta)
Zelden Muy pocas veces (raras veces)
Vanaf Desde
Sinds Desde hace
Sindsdien Desde entonces
Binnenkort Dentro de poco
Allereerst Antes que nada
Vandaag nog Hoy mismo
Kort geleden Hace poco
Lang geleden Hace mucho
Enige tijd geleden Hace algún tiempo
Vanaf nu A partir de ahora
Eerst, ten eerste En primer lugar
Voor (tijd) Antes
Voor (plaats) delante
Daarna Después
Vervolgens A continuación
Later Más tarde
Aangezien Ya que
Niet meer Ya no
Toch Sin embargo
Ook al Si bien
Dus, dan Entonces
Vooral Sobre todo
Eens even kijken A ver
Elk (e) Cada
Als Si
Als niet Si no
Iets Algo
Niets Nada
Iemand Alguien
Niemand Nadie
Elke dag Todos los días (cada día)
De hele dag Todo el día
Elke week Todas las semanas (cada semana)
De hele week Toda la semana
Elke maand Todos los meses (cada mes)
De hele maand Todo el mes
Elk jaar Todos los años (cada año)
Het hele jaar Todo el año
Elke ochtend Todas las mañanas (cada mañana)
De hele ochtend Toda la mañana
Elke middag Todas las tardes (cada tarde)
De hele middag Toda la tarde
Elke nacht Todas las noches (cada noche)
De hele nacht Toda la noche
Alles Todo
Iedereen Todo el mundo
Waarom? ¿Por qué?
Omdat Porque
Daarom Por eso
Misschien Quizás (tal vez, a lo mejor)
Vroeger Antes
Door de week Entre semana(durante la semana)
Overal En todas partes (por todas partes, en cualquier parte)
Nergens En ninguna parte (por ningún lado)
Integendeel Al contrario
Natuurlijk Por supuesto
In die tijd, toentertijd En aquel entonces (por aquel entonces)
Terwijl Mientras
Hoewel, ofschoon Aunque
(Dat) wat Lo que
Zoveel Tanto
Zodat De modo que
Ondertussen Mientras tanto
Plotseling De repente, de pronto
Aan de ene kant Por un lado
Aan de andere kant Por otro lado
Enkele Algún, alguna, algunos, algunas
Geen (enkel) Ningún, ninguna, ninguno
Ding Cosa
Maandag Lunes
Dinsdag martes
Woensdag Miércoles
Donderdag Jueves
Vrijdag viernes
Zaterdag Sábado
Zondag Domingo
Januari Enero
Februari Febrero
Maart Marzo
April Abril
Mei Mayo
Juni Junio
Juli Julio
Augustus Agosto
September Septiembre
Oktober Octubre
November Noviembre
December Deciembre
De winter El invierno
De lente La primavera
De zomer El verano
De herfst El otoño
De ochtend La mañana
De middag El mediodía
De avond La tarde
De nacht La noche
Zeggen Decir
Moeten Deber
Verschuldigd zijn Deber
Geven Dar
Zijn, zich bevinden Estar
leuk vinden, bevallen Gustar
doen, maken Hacer
Betalen Pagar
Gebruiken Usar
Reizen Viajar
Rennen Correr
Luisteren Escuchar
Werken Trabajar
Afvallen Adelgazar
Dansen Bailar
lopen Caminar
Er is, er zijn Hay
Gaan Ir
Voorbijgaan Pasar
De tijd doorbrengen Pasar
Kunnen Poder
Zetten, neerleggen, plaatsen Poner
Volgen, doorgaan Sequir
Weten Saber
Hebben, bezitten Tener
Nemen Tomar
Eten Comer
Drinken Beber
Vertellen Contar
Zeggen Decir
Veranderen, wisselen Cambiar
Leren Aprender
Kijken Mirar
Ontbreken, te kort schieten Faltar
Roepen, bellen(tel.) Llamar
Aankomen Llegar
Bewegen Mover
Aanbieden Ofrecer
Vragen (naar) Preguntar (por)
Willen Querer
Krijgen, ontvangen Recibir
Antwoorden Responder
Voelen Sentir
Kopen Comprar
Verkopen Vender
Het hek La verja (la reja)
De schoorsteen La chimenea
De openhaard La chimenea
Het dak El tejado (el techo)
De dakpannen Las tejas
Het huisnummer El número de la casa
Het huis La casa
De deur La puerta
De voordeur La puerta de entrada
De ingang La entrada
Het raam La ventana
De vensterbank La repisa de la ventana
De brievenbus El buzón
De deurbel El timbre
De muur, de wand La pared
De grond, de bodem El suelo
Het plafond, het dak El techo
De trede (de treden) El escalón( los escalones)
De trapleuning La barandilla
De kapstok El perchero
De stoel La silla
De fauteuil El sillón
De bank El sofá
Het krukje El taburete
De leuning(stoel) El respaldo de la silla
De trap La escalera
De tafel La mesa
De salontafel La mesa baja, la mesa de centro
Het nachtkastje La mesilla de noche(la mesita de noche
Het bureau El escritorio
De lamp La lámpara
De spiegel El espejo
De magnetron El microondas
Het aanrecht El aparador de cocina
Het keukenkastje El armario de cocina
De keukenmachine La procesadora de alimentos
De mixer La batidora
Het koffiezetapparaat La cafetera(eléctrica)
De afwasmachine El lavavajillas
De over El horno
De waterkoker La tetera eléctrica (el calentador de agua)
De afzuigkap La campana extractora de humos
Het gasfornuis La cocina de gas
De brander (de branders) El hornillo (los hornillos)
De wasmachine La lavadora
Het droogrek El tendedero
De wasdroger La secadora
De stofzuiger La aspiradora, el aspirador
De koelkast El frigorífico (la nevera, el refrigerador
De strijkplank La tabla de planchar
Het strijkijzer La plancha
De klok El reloj
De wekker El despertador
De stekker El enchufe
Het stopcontact El enchufe
Het schilderij El cuadro
De kast El armario (el gabinete)
De verwarming La calefacción
Het dressoir El aparador
De kaptafel, de toilettafel El tocador
De boekenkast La librería (la biblioteca)
Het boekenrek La estantería para libros
De klerenkast El armario
Het vloerkleed, tapijt La alfombra
De vloerbedekking, met tapijt bedekt El alfombrado
Het gordijn La cortina
Het gebouw El edificio
De verdieping El piso, la planta
Het appartement El apartamento (el piso, el departamento)
De woonkamer El cuarto de estar (el salón, la sala)
De eetkamer El comedor
De keuken La cocina
De open keuken La cocina americana
De gootsteen La pila, la pila de fregar (el fregadero)
De kraan El grifo (la llave del agua)
De bijkeuken La antecocina (la logia)
De kamer La habitación
De badkamer El cuarto de baño, el baño
Het bad La bañera (la tina)
De wasbak El lavabo (el lavamanos)
De handdoek La toalla
Het handdoekrekje El toallero
De WC, het toilet Los servicios, el servicio(el baño)
De toiletpot La taza del wáter
De douche La ducha
De garage El garaje
De tuin El jardín
Het tarras La terraza
Het balkon El balcón
De slaapkamer El dormitorio (la habitación, el cuarto)
De schuur El cobertizo
De gang El pasillo
De zolder El desván (la buhardilla, el ático)
De kelder El sótano
De la (de laden) El cajón (los cajones)
Het bed La cama
Het sierkussen El cojín
Het hoofdkussen La almohada
Het dekbed El edredón
De deken La manta (la frazada)
Het hoeslaken La sábana, la sábana ajustable
Het laken La sábana
De sprei El cubrecama
De televisie La televisión
Het televisietoestel El televisor
De afstandsbediening El mando a distancia, el telemando
De computer El ordenador(la computadora, el computador)
De printer La impresora
De föhn, de haardroger El secador (el secador de pelo , el secador)
De verwarmingsketel La caldera
De geiser El calentador los servicios (el calefón, el calefont)
Accountant Contador
Acteur Actor
Advocaat Abogado
Apotheker Farmacéutico
Architect Arquitecto
Arts Médico
Astronaut Astronauta
Automonteur Mecánico
Bakker Panadero
Belastinginspecteur Inspector de Hacienda
Bierbrouwer Cervecero
Boekhouder Contador
Boer Agricultor
Bouwvakker Trabajador de la construcción
Brandweerman Bombero
Buschauffeur Conductor de autobús
Chirurg Cirujano
Danser Bailarín
Directeur Director
Docent Profesor
Doktersassistent Asistente médico
Fabrieksarbeider Obrero
Fotograaf Fotógrafo
Journalist Periodista
Juwelier Joyero
Kapper Peluquero
Kassier Cajero
Kok Cocinero
Landarbeider Campesino
Leraar Profesor
Manager Gerente
Matroos Marinero
Mijnwerker Minero
Militair Militar
Minister Ministro
Notaris Notario
Ober Camarero, mozo
Opticien Óptico
Piloot Piloto
Politieagent Policía, guardia
Postbode Cartero
Psycholoog Psicólogo
Rechter Juez
Receptioniste Recepcionista
Schilder Pintor
Schoenmaker Zapatero
Schoonmaker Limpiador
Schrijver Escritor, autor
Slager Carnicero
Smid Herrero
Stewardess Azafata
Stukadoor Yesero
Taxichaufeur Taxista
Tegelzetter Azulejero
Tekenaar Dibujante
Timmerman Carpintero
Tuinman Jardinero
Verkoper Vendedor
Verpleger Enfermero
Visser Pescador
Vuilnisman Basuero
Webdesigner Diseñador de páginas web
Voetbal El fútbol
Rugby El rugby
Volleybal El voleibol
Handbal El balonmano
Basketbal El baloncesto
Waterpolo El waterpolo
Tennis El tenis
Squash El squash
Tafeltennis El tenis de mesa, el ping-pong
Zeilen La vela
Windsurfen El windsurf
Zwemmen La natación
Skiën El esquí
Langlaufen El esquí de fondo
Schaatsen El patinaje sobre hielo
Bergbeklimmen La escala en roca
Atletiek El atletismo
Wielrennen El ciclismo
Paardensport La equitación
Paardrijden Montar a caballo
Autosport El automovilismo
Judo El judo
Hardlopen La carrera
Turnen La gimnasia
Duiken El buceo
De kers La cereza
De aardbei La fresa (la frutilla)
De druiven La uva (las uvas)
De peer La pera
De appel La manzana
De abrikoos El albaricoque, damasco
De perzik El melocotón, durazno
De meloen El melón
De citroen El limón
De sinaasappel La naranja
De watermeloen La sandía
De banaan El plátano, la banana , el banano
De pruim La ciruela
De avocado El aguacate (la palta)
De mango El mango
De aalbessen (de rode bessen) Las grosellas rojas
De zwarte bessen Las grosellas negras
De kastanjes Las castañas
De ananas La piña (el ananá)
De braam La mora, la zarzamora
De grapefruit El pomelo, la toronja, el grefrú
De mispel El níspero
De granaatappel La granada
De nectarine La nectarina
De mandarijn La mandarina
De framboos La frambuesa
De limoen La lima
De vijg El higo
De grote vroege vijg La breva
De bosbes El arándano
De kweepeer El membrillo
De passievrucht La fruta de la pasión, el maracuyá, la granadilla.
De kruisbessen Las grosellas espinosas
De vlierbessen Las bayas de saúco
De snijbiet La acelga
De chicorei La achicoria
De knoflook El ajo
De basilicum La albahaca
De artisjok La alcachofa
Het kappertje La alcaparra
De selderie El apio
De bleekselderij El apio (en rama)
De aubergine La berenjena
De waterkers El berro
De zoete aardappel El boniato , la batata, el camote, la papa dulce
De broccoli El brécol , el brócoli, el bróculi
De courgette El calabacín , el zapallo italiano
De pompoen La calabaza , el zapallo, la ahuyama, la auyama
De ui La cebolla
De champignon El champiñón el hongo)
De pastinaak La chirivia
De kool La col
De rodekool La col lombarda, la lombarda, la col roja
De spitskool La col paperina, papelina
De boerenkool La col rizada
De chinesekool La col china
De bloemkool La coliflor
De spruitjes Las coles de Bruselas (las bruselitas)
De koolraap El colinabo
De koriander El cilantro (el coriandro, el cilandro)
De andijvie La escarola
De asperge El espárrago
De spinazie La espinaca
De witlof La endibia (la endivia)
De erwten Los guisantes, las arvejas, las alberjas
De rode peper La guindilla (el chile, el ají, la pimienta)
De tuinbonen Las habas
De sperziebonen Las judías verdes(los porotos verdes)
De peultjes Las judías peronas(las judías verdes anchas)
De witte bonen Las judías blancas(los porotos blancos
De bruine bonen Las judías marrones (los porotos marrones)
De ijsbergsla La lechuga iceberg
De sla La lechuga
De mais El maíz (el choclo)
De cassave La mandioca, la yuca
De raap/de knol El nabo
De aardappel La patata (la papa)
De augurk El pepinillo
De komkommer El pepino
De peterselie El perejil
De paprika El pimiento, la pimienta, el pimentón
De prei El puerro
De radijs El rábano
De rabarber El ruibarbo
De rodebiet La remolacha (la remolacha roja, la betarraga)
De wittekool El repollo (la col)
De tomaat El tomate
De wortel La zanahoria
De broek Los pantalones.
De korte broek Los pantalones cortos(los shorts)
De spijkerbroek Los vaqueros (los tejanos, los bluyines, los mahones, los jeans)
De bermuda Las bermudas.
De trui El jersey,el pulóver, el suéter, la chomba, el chaleco.
Het overhemd La camisa.
Het T-shirt La camiseta, la playera, la remera, la franela, la polera.
Het T-shirt El polo,la remera con solapa.
De pyjama El pijama (el piyama)
De nachtjapon El camisón
De onderbroek Los calzoncillos
De damesonderbroek Las bragas, los calzones, las bombachas
De beha El sujetador,el sostén, el corpiño, el ajustador
Het ondergoed La ropa interior
De panty Las medias, las pantis, las pantys
De maillot Los leotardos, las pantis, de lana, de algodón
De sokken Los calcetines, las medias
De jurk El vestido
De rok La falda,la pollera
De minirok La minifalda
De onderjurk La enagua
De jurk El pichi, el vestido sin mangas
De muts El gorro
De pet La gorra (la visera)
De hoed El sombrero
De sjaal La bufanda, la chalina
De handschoenen Los guantes.
De bril Las gafas, los anteojos, los lentes
De riem El cinturón, el cinto, la correa
De veters Los cordones
De bretels Los tirantes (los suspensores, los tiradores)
Het trainingspak El chándal (el buzo, el conjunto deportivo)
Het badpak El bañador (el traje de baño, la malla)
De bikini El biquini (el tanga, la tanga)
De jas El abrigo (el tapado)
Het jasje La chaqueta (la chamarra, el saco)
De regenjas El impermeable (la gabardina, el chubasquero)
De regenlaarzen Las botas de agua
Het windjak El anorak (el cortavientos, la chaqueta cortavientos)
De ochtendjas La bata (la bata para levantarse)
De badjas El albornoz (la bata de baño)
Het kostuum El traje (el terno)
Het vest El chaleco (el chaleco de un traje)
De jas La chaqueta americana (el saco, la chaqueta)
Het jack La cazadora (la casaca, el chaquetón, la chamarra)
Het damesvest La rebeca (el jersey de mujer con botones)
De schort El delantal (la bata, el mandil, el guardapolvo)
Het jasje de colbert, la chaqueta,la campera, la casaca
De handdoek La toalla
De zakdoek El pañuelo
De hoofddoek El pañuelo de cabeza
De halsdoek El pañuelo de cuello
De schoenen Los zapatos
De laarzen Las botas
De sandalen Las sandalias (las chalas)
De pantoffels Las zapatillas (las chinelas, las pantuflas )
De klompen Los zuecos, las espadrilles, las alpargatas.
De voetbalschoenen Los botines (los zapatos de fútbol, las zapatillas de fútbol)
De ballerina's Las bailarinas
De sportschoenen Las zapatillas deportivas, las zapatillas, las deportivas, las kets
De kousen Las medias (los calcetines, los calcetines largos).
De slippers Las chinelas, las chancletas (las chalas).
De teenslippers Las chanclas, las chancletas (las ojotas, las sandalias playeras).
De vlinderdas La pajarita (la humita, la corbata michi, la corbata moñito).
De stropdas La corbata.
De armband La pulsera
Auto El coche
Motorfiets La motocilceta
Fiets La bicicleta
Brommer La moto
Trein El tren
Eerste klas La classe preferente
Retourtje Un billete de ida y vuelta
Enkeltje Un billete sencillo
Hogesnelheidstrein El tren de alta velocidad
Bus El autobús
Tram La tranvía
Metro El metro
Vliegtuig El avión
Vliegveld El aeropuerto
Tussenlanding La escala
Vlucht El vuelo
Sportvliegtuigje La avioneta
Bestelbus La camioneta
Vrachtauto El camión
Tankwagen El camión cisterna
Tractor El tractor
Helicopter El helicóptero
Boot El barco
Veerboot El ferry
Vrachtschip El buque
Vissersboot El barco de pesca
Onderzeeër El submarino
Passagiers Los pasajeros
Luchtballon El globo
Tereinwagen El todoterreno
Raceauto El coche de carreras
Taxi El taxi
Takelwagen El camión cisterna
Gasfles La bombona
gasstel El hornillo de gas
Grondzeil La lona del suelo
Hamer El martillo
Jerrycan El bidón
Kampvuur La fogata
Klapstoel La silla plegable
Koelbox La nevera portátil
Koelelement El acumulador
Luchtbed El colchón neumático
Luchtpomp La bomba neumática
Luifel El tejadillo
Matje La esterilla
Rugzak La mochila
Scheerlijn El viento
Slaapzak El saco de dormir
de lamp la lámpara
Tent La tienda
Caravan La caravana
Camper La autocaravana
Tentharing La estaca
Tentstok El palo de tienda
Thermosfles El termo
Waslijn La cuerda de tender ropa
Windscherm El paravientos, el paraván
Zaklantaarn La linterna de bolsillo
Zakmes La navaja
Natuur La naturaleza
Landschap El paisaje
Berg La montaña, el cerro
Valei, dal El valle
Heuvel La colina
Rivier El río
Bos El bosque
Strand La playa
Zee El mar
Meer El lago
Waterval La cascada
Woestijn El desierto
Vulkaan El volcán
Geiser El géiser
Bron La fuente
Oerwoud La selva virgen
Gletsjer El Glaciar
Oceaan El océano
Boom El árbol
Plant La planta
Bloem El flor
Dier El animal
Rots La roca
Eiland La isla
Veld, land El campo
Kat El gato
Hond El perro
Goudvis El pez rojo
Kanarie El canario
Hamster El hámster
Cavia El cobayo
Konijn El conejo
Pony El poney
Paard El caballo
Veulen El potro
Ezel El asno
Schaap La oveja
Lam El corderito
Koe La vaca
Kalfje El ternero
Varken El cerdo
Biggen Los cochinillos
Kalkoen El pavo
Kip La gallina
Haan El gallo
Kuikens Los pollitos
Eend El pato
Gans El ganso
Muis El ratón
Duif La paloma
Aap El mono
Gorilla El gorila
Bruine Beer El oso pardo
Giraf La jirafa
Haai El tiburón
Inktvis El pulpo
Goudvis El pez de colores
Kangoeroe El canguro
Krokodill El cocodrilo
Leeuw El león
Luipaard El leopardo
Olifant El elefante
Eekhoorn La ardilla
Hert El ciervo
Egel El erizo
Vos El zorro
Bever El castor
Mier La hormiga
Bij La abeja
Spin La araña
Vlinder La mariposa
Neushoorn El rinoceronte
Nijlpaard El hipopótamo
Papegaai El loro
Rups / zijderups Oruga / El gusano de seda
Slang El serpiente
Leguaan La iguana
Schorpioen El escorpión
Slak El caracol
Kikker La rana
Krab El cangrejo
Tijger El tigre
Walvis La ballena
Zeebra El cebra
Zeehond La foca
Snoek El lucio
Karper La carpa
Salamander La salamandra
Kikker La rana
Zwaan El cisne
Rood Rojo
Groen Verde
Blauw Azul
Zwart Negro
Wit Blanco
Paars Violeta
Roze Rosa
Bruin Marón, castaño
Geel Amarillo
Grijs Gris
Lila Lila
Beige Beis, caramelo
Oranje Naranja
De spuit jeringa
De landingsbaan pista de aterrizaje
Feit Hecho
Verplicht requerido
Beiden kanten ambos lados
Het speeksel la saliva , flema
De bloeddruk is 160 over 90 La presión arterial es de ciento sesenta sobre noventa
Verwijderen borrar
Hoe voel je je nu? como se siento te ahorita
Niets spannends nada emocionante
gallita eigenwijs
casado getrouwd
suerte geluk
subiendo omhoog gaan
la mitad De helft
Ingewanden intestinos
Darmen tripas
De borst pecho
Leche del pecho borstmelk
amandel almendra
Het duiken el buceo
Het eten/ feeding Alimentación
Hoge Alta
met waarde con valor
ontwikkeling/development desarollo
Uitgehongerd (door ziekte) Emaciado
Been Pierna
Eis exigencia
kruipen gatear
ik ga salgo
Gekoppeld, bound, tied, attached ligado
Wat is uw geboortedatum? Su faci nascimento?
Created by: oviedo