click below
click below
Normal Size Small Size show me how
m1 beweging nieuwe
Nieuwe vragen voor toets 21-4-17
| Question | Answer |
|---|---|
| Mevrouw R. wordt doorgestuurd door de huisarts met de verdenking op een hernia nuclei pulposi. LO: geen verlaagde reflexen gevonden. Op welk niveau zal, indien er sprake is van een discushernia, deze zich bevinden? a. L3-L4 b. L4-L5 c. L5-S1 | B |
| EMV: Wanneer spreken we van het lokaliseren van een pijnprikkel in het gelaat? a. indien pat de hand boven de clavicula heft. b. indien pat de hand boven het sternum heft. c. Alleen indien pat daadwerkelijk de arts zijn/haar hand weet te lokaliseren. | A |
| 2/3 van alle holvoeten wordt een perifere of centrale neurologische aandoening gevonden. meest gestelde diagnose bij een holvoet? a. Polyneuritis b. Cerebrale parese c. Friedreichataxie d. Hereditaire motorische sensorische neuropathie | D |
| Met de Proef van Trendelenburg kan men de stabiliteit van het bekken onderzoeken, in het bijzonder de functie van de m. gluteus medius. a. Juist b. Onjuist | A |
| 5. In de vroege fase van een patiënt met coxartrose is de volgende functiebeperking met name aantoonbaar: a. anteflexie b. abductie c. endorotatie d. exorotatie | C |
| meneer, stratenmaker, 54 jaar oud, pijnlijke en gezwollen knie. niet rood en er is geen sprake van algehele malaise. ongecompliceerde bursitis. Welke bursa is waarschijnlijk ontstoken? a. suprapatellaris b. prepatellaris c. infrapatellaris | B |
| Osgood-Schlatter: a. Er is sprake van pijnklachten bij de aanhechting van de patellapees aan de onderpool van de patella b. Er is sprake van een partiële avulsie van de tuberositas tibiae c. Zowel a. als b. zijn juist | B |
| Bij 25% van de patiënten met RA ontwikkelen zich uiteindelijk reumaknobbels. Op of rond welke van de volgende plaatsen komen deze noduli niet typisch voor? a. Oogleden b. Achillespees c. Strekzijde van de elleboog d. DIP-, PIP-, en MCP-gewrichten | A |
| Welk van de volgende factoren is geassociëerd met een slechte prognose bij reumatoïde artritis? a. Mannelijk geslacht b. Microcytaire anemie c. Sluipend begin van de ziekte | c |
| Hoe verhoudt de prevalentie van jicht zich tussen mannen en vrouwen? a. Jicht komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. b. Jicht komt ongeveer even vaak voor bij vrouwen en mannen. c. Jicht komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. | c |
| Oorsprong én de functie van de n. trochlearis? a. O: pons; F: oculomotoriek, naar de neus kijken b. O: mesencephalon; F: oculomotoriek, naar de zijkanten kijken c. O: mesencephalon; F: oculomotoriek, naar de neus kijken d. O: pons; F: tongmotoriek | C |
| Verandert de diagnose ADHD, wanneer deze als kind is gesteld? a ADHD is alleen voor kinderen b ADHD verandert wanneer de dosering veranderd c ADHD verandert wanneer de patiënt als volw< 6 ADHD symp per domein heeft. d ADHD wordt ieder jaar getest | C |
| Wat is geen kenmerkende component van een klompvoet deformatie? a. Een spitsstand van de voet in het bovenste spronggewricht b. Een varusstand van de achtervoet c. Een adductiestand van de voorvoet d. Een abductiestand van de voorvoet | D |
| Welke structuur is verantwoordelijk voor het grootste deel van de totale refractiesterkte van het oog? a. De iris b. De lens c. Het hoornvlies d. Het corpus vitreum | C |
| 1. Eerste verschijnselen van een stemmingsstoornis op latere leeftijd = grotere kans op onderliggende somatische oorzaak. 2. De erfelijkheid van bipolaire stoornissen wordt geschat rond 85%. a 1 is juist b Beide juist c 2 is juist d Beide onjuist | B |
| Bij uitval van de nervus III hoort een …. dubbelbeeld a. Gekruist b. Ongekruist | a |
| Weber lateraliseert naar rechts. Waar kan er sprake van zijn bij deze patiënt? a. Geleidingsdoofheid li of perceptiedoofheid re b. Geleidingsdoofheid re of perceptiedoofheid li c. Geleidingsdoofheid li en perceptiedoofheid li | B |
| schizofreniforme stoornis wanneer: 1 voldoet aan criteria A voor schizofrenie 2 episode minstens een dag duurt maar minder dan een maand a 1 is juist. 2 is onjuist b 2 is juist. 1 is onjuist c beide juist d beide onjuist | A |
| Parkinsonisme berust op een verstoring van de neurotransmissiesystemen die door dopamine gereguleerd worden. Bij de ziekte van Parkinson is er sprake van een tekort aan dopamine in het post-synaptische systeem. a. Juist b. Onjuist | B |
| Een radiculair syndroom herstelt vaak binnen 8 weken (75%). Om deze reden is men steeds meer terughoudend met vroege operaties. Wat is een indicatie om snel te opereren? a. Klachten langer dan 2 maanden b. Mictiestoornissen c. Zeer heftige pijn | C |
| De patiënt spreekt moeizaam, vaak met recurring utterances (repeterende zinloze uitingen). Welk type afasie heeft deze patiënt? a. Afasie van Broca b. Afasie van Wernicke c. Globale afasie d. Geleidingsafasie | C |
| Wat is karakteristiek voor nervus ulnarisuitval? a. Predikershand b. Klauwhand c. Dropping Hand | B |
| Gnostische sensibele informatie bereikt de cortex via de achterstreng in het ruggenmerg. Waar kruist deze achterstreng naar de contralaterale zijde? Op het niveau van: a. Thalamus b. Pons c. Medulla oblongata d. Ruggenmerg | C |
| Wat is het middel van eerste keus bij een angststoornis? a. Fluoxetine b. Temazepam c. Citalopram | C |
| Voor een depressieve stoornis moet je minimal een affectief symptoom als somberheid of anhedonie hebben. a. Juist b. Onjuist | A |