click below
click below
Normal Size Small Size show me how
M1 beweging nieuwe
Nieuwe vragen voor toets 10-3-17
| Question | Answer |
|---|---|
| Welke knieband is zelden geïsoleerd gelaedeerd? a. Voorste kruisband b. Achterste kruisband c. Mediale collaterale band d. Laterale collaterale band | D |
| Welke van de onderstaande kenmerken maakt jicht-artritis niet waarschijnlijker? a. COPD b. Adipositas c. Myocardinfarct d. Mannelijk geslacht | A |
| In hoeveel procent van d e gevallen is een depressie binnen een half jaar voorbij? a. 30% b. 60% c. 90% | B |
| Wat is geen risicofactor voor een geslaagde suïcide? a. Oudere leeftijd b. Mannelijk geslacht c. Lagere sociale klasse | C |
| Stelling: de cognitieve functies die met de leeftijd het duidelijkst afnemen zijn de reactiesnelheid en het actieve gebruik van informatie in het werkgeheugen. a. juist b. onjuist | A |
| In hoeveel procent van de gevallen is er bij MS in het beginstadium sprake van visusstoornissen? a. 5% b. 25% c. 45% d. 65% | B |
| Het meest geschikte aanvullende onderzoek bij een lumbale hernia nuclei pulposi is een CT-scan. Dit is: a. Juist b. Onjuist | B |
| CVA: hemiparese presenteert zich voornamelijk in de arm en het onderste gezichtsveld, het been is minder aangedaan. Waar zit het probleem waarschijnlijk? a. a. cerebri anterior b. a. cerebri media c. a. cerebri posterior d. a. basilaris | B |
| Welk van de volgende middelen kan geen visusklachten veroorzaken als bijwerking? a. Carbamezapine b. Tricyclische antidepressiva c. Furosemide d. Chloroquine | C |
| Welk virus veroorzaakt het meest frequent virale conjunctivitis? a. Adenovirus type 18 b. Herpes simplex c. Varicella zoster d. Cytomegalovirus | A |
| Basale ganglia: verschillende onderdelen. Waaruit bestaat het striatum: a. Subtanstia nigra en het globus pallidus b. substantia nigra en het putamen c. nucleus caudatum en het putamen. d. Globus pallidus en nucleus caudatum | C |
| Waardoor kan ataxie van de linkerarm en het linkerbeen worden veroorzaakt? a. Cerebellair hemisfeersyndroom links b. Cerebellair hemisfeersyndroom rechts c. Caudaal vermissyndroom links d. Caudaal vermissyndroom rechts | A |
| Wat treedt op bij uitval van het chiasma opticum? a. Bitemporale hemianopsie b. Homonieme hemianopsie c. Kwadrantanopsie d. Dubbelzijdige hemianopsie met sparen van het centrale zien | A |
| Als het gebruik van lithium bij een bipolaire stoornis is gecontra-indiceerd of niet wordt verdragen, is de tweede stap het gebruik van een anticonvulsivum. a. Juist b. Onjuist | A |
| Bij een volledige geïsoleerde uitval van de n.trigeminus (n. V) rechts: a. hangt één van beide mondhoeken b. is de tongrand aan één zijde gevoelloos c. is er een smaakstoornis d. kan het rechteroog niet dichtgeknepen worden | B |
| Welk onderzoek is bij multiple sclerose het MINST zinvol: a. bepaling gezichtsvelden b. elektromyografie c. MRI ruggenmerg d. sensibele evoked potentials | B |
| Obsessie/uitvoeren van een compulsie tav angst: a. obsessie neemt angst af en compulsie angst toe b. obsessie neemt angst toe en compulsie angst af c. obsessie en uitvoeren compulsie neemt angst af d. obsessie en uitvoeren compulsie neemt angst toe | B |
| Een 42-jarige vrouw: terugkerende, onverwachte paniekaanvallen. Wat is na een benzodiazepine de eerste keus medicamenteuze therapie? a. bétablokker b. monoamino-oxidaseremmer c. specifieke serotonineheropnameremmer d. tricyclisch antidepressivum | C |
| Man,32 pijnlijk, rood re oog. Gevoel alsof er iets in het oog zit. Pupilreacties normaal, visus re verlaagd. Diffuse hyperaemmie conjunctiva, corneasensibiliteit re verlaagd. Oorzaak? a. acuut glaucoom b. conjunctivitis c. iritis d. keratitis | D |
| Wat is geen verschijnsel van een cerebellaire stoornis? a. Intentietremor b. Dysdiadochokinese c. Hypermetrie d. Chorea | D |
| Het syndroom van Horner is te diagnosticeren door klinisch onderzoek, maar soms zijn cocaïneoogdruppels nodig om de uitval van de sympathicus duidelijk te maken. a. Juist b. Onjuist | A |
| Bij uitval van welke hersenzenuw treden gekruiste dubbelbeelden op? a. Uitval van de nervus oculomotorius (III) b. Uitval van de nervus abducens (VI) c. Uitval van de nervus trochlearis (IV) | A |
| De proef van Weber lateraliseert naar rechts en proef van Rinne links positief en rechts negatief. Wat is er aan de hand? a. Geleidingsverlies li b. Geleidingsverlies re c. Perceptieverlies li d. Perceptieverlies re | B |
| Een patiënt heeft moeite met lopen. Hij neemt grote passen en slingert. Bij het sluiten van de ogen wordt het looppatroon slechter. Waar ligt de oorzaak het meest waarschijnlijk? a. Corticaal b. Cerebellum c. Achterstrengen d. Extrapiramidaal | C |
| Vrouw, 60 jaar loopt breedbasisch en slingerend naar spreekkamer. Met ogen dicht neemt slingeren en breedbasisch lopen hierbij toe. Waar zit het probleem? a. Achterstrengen en perifere zenuwen b. Cerebellair c. Vestibulair d. Extrapiramidaal | A |
| Een pijnlijk gevoel bij een onschadelijke prikkel noem je: a. Hyperalgesie b. Analgesie c. Allodynie | C |
| Mannen zijn twee keer zo vaak aangedaan dan vrouwen bij een hernia nuclei pulposi a. Juist B. Onjuist | A |
| Bij welk van onderstaande oorzaken voor duizeligheid kan er progressief gehoorverlies optreden? A. BPDD B. Neuritis vestibularis C. Orthostatische klachten D. Ziekte van Menière | D |
| Man, 64 jr met herseninfarct. Nu hemibeeld: zijn arm en onderste gezichtshelft zijn meer aangedaan dan zijn been. Wat was de lokalisatie van het infarct? A. Arteria cerebri media B. Capsula interna C. Arteria cerebri anterior | A |
| Wat staat er op as III van DSM? a. Bijzondere persoonlijkheidskenmerken en persoonlijkheidsstoornissen b. Lichamelijke ziektes en stoornissen c. Psychosociale problemen van het afgelopen jaar | B |
| Een waan is een stoornis in het: a. Denken b. Bewustzijn c. Waarnemen | A |
| Wat valt niet onder gnostische sensibiliteit? a. Bewegingszin b. Vibratiezin c. Fijne tastzin d. Grove tastzin | D |
| Welke stelling is waar? a. ADHD op kinderleeftijd komt evenveel voor bij jongens als meisjes. b. ADHD op kinderleeftijd komt vaker bij jongens voor c. ADHD op kinderleeftijd komt vaker bij meisjes voor | B |
| Wat is er niet typisch voor de ziekte van Bechterew? a. Ochtendstijfheid b. Pijn bij bewegen c. Ontsteking sacro-iliacale gewricht | B |
| Wat is de meest voorkomende traumatische luxatie van het schoudergewricht? a. Sternoclaviculaire luxatie b. Anterieure glenohumerale luxatie c. Acromioclaviculaire luxatie d. Posterieure glenohumerale luxatie | B |
| Wat is geen symptoom van uveïtis anterior? a. Fotofobie b. Roodheid c. Lichtflitsen d. Visusdaling | C |
| Bij presbyopie is er een probleem bij: a. Dichtbij kijken b. Veraf kijken | A |
| Welk hulpmiddel wordt gebruikt om maculadegeneratie te beoordelen? a.Amsler kaart b.Ishihara kaart c.Snellen kaart | A |
| Bij de KPR wordt een clonus gezien. Wat is juist? a. Wijst op een laesie van het centraal motorisch neuron. b. Bij pasgeborenen met zeer levendige reflexen kan dit fysiologisch zijn. c. Een clonus langer dan 2 slagen is per definitie pathologisch. | B |
| Wat is geen negatief symptoom? a. Alogie b. Anhedonie c. Onsamenhangende spraak d. Vlak affect | C |
| Bij ADHD zijn enkele van de symptomen die beperkingen veroorzaken al aanwezig voor een bepaalde leeftijd. Welke leeftijd is dat? a. Voor het twaalfde jaar b. Voor het tiende jaar c. Voor het derde jaar d. Voor het zevende jaar | D |
| Onthechting is een voorbeeld van een ernstig affectief symptoom bij depressie. a. Juist b. Onjuist | A |
| Wat is de meest waarschijnlijke diagnose bij hemartrose na een sportletsel? Fractuur a. Collaterale bandruptuur b. Voorste kruisbandruptuur c. Achterste kruisbandruptuur | B |
| In wat voor een bot soort heeft osteoporose het eerste effect? a. Corticaal bot b. Trabeculair bot | B |
| Welk deel n. III zorgt voor pupilvernauwing? a. parasympatische vezels ad buitenkant van de zenuw b. parasympatische vezels ad binnenkant van de zenuw c. sympatische vezels ad buitekant van de zenuw d. sympatische vezels ad binnenkant van de zenuw | A |