Busy. Please wait.
or

show password
Forgot Password?

Don't have an account?  Sign up 
or

Username is available taken
show password

why


Make sure to remember your password. If you forget it there is no way for StudyStack to send you a reset link. You would need to create a new account.
We do not share your email address with others. It is only used to allow you to reset your password. For details read our Privacy Policy and Terms of Service.


Already a StudyStack user? Log In

Reset Password
Enter the associated with your account, and we'll email you a link to reset your password.
Don't know
Know
remaining cards
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the "Know" box, the DOWN ARROW key to move the card to the "Don't know" box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

"Know" box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards
share
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Con gusto A1

con gusto A1 vokabular und mehr

TermDefinition
oude culturen las culturas antiguas
het museum el museo
de kovvie el café
de chocolade el chocolate
de kaktus el cactus
de muziek la música
de gitaar la guitarra
een reis un viaje
vergelijken comparar
luisteren eschchar
de uitslagen los resultados
beroemde personen personas famosas
hoe heten de personen? Cómo se llaman las personas?
hoe heet jij? Cómo te llamas?
de (voor)naam el nombre
de achternaam el apellido
de ene is ... El uno es ... (ser)
hoe heet u? Cómo se llama usted?
ik heet ... me llamo ...
en jij? y tú?
ik ben ... soy ... (ser)
en u? y usted?
0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 cero, uno, dos, tres, cuatro, cinco, seis, seite, ocho, nueve, diez
+, -, x, :, = más, menos, por, entre, igual a
tot donderdag hasta el jueves
tot snel hasta pronto
tot later hasta luego
tot morgen hasta mañana
goedendag beunos dias (bis +- 14h)
goede avond buenas tardes (14h - 20h oder Sonnenuntergang)
goede nacht beunas noches (Sonnenuntergang bis Sonnenaufgang)
goede middag buenas tardes (14h - 20h oder Sonnenuntergang)
het huiswerk los deberes
de naam el nombre
bijvoorbeeld por ejemplo
de baby el/la Bebé
de struisvogel la cigüeña
de vogel el pájaro
de jongens los niños
de meisjes las niñas
% procent por ciento
het werk el trabajo
de sinaasappel la narranja
de rijst el arroz
de prairie la pampa
het kopje la taza
het woord la palabra
de olie el aceite
ja/nee/geen idee Si/No/No sé (Ni idea)
woorden die eindigen op: -o, -al, -ama, -ema, -ma --> mannelijk
woorden die eindigen op: -a, -dad, -ción --> vrouwelijk
de bal el balón
waarom? para qué?
kopen comprar
de appel la manzana
het ei el pascado
het brood el pan
de eend el pato
de kip el pollo
het eten la camida
de talen en de vreemde talen las lenguas y los idiomas
het ijs el helado
de kerk la iglesia
de boerderij la finca
ijsverkoopplaatsding la heladeriá
de bibliotheek la beblioteca
de vrouwen las mujeres
de man el hombre
de vriend el amigo
de grootmoeder la abuela
de grootvader el abuelo
de vader el padre
de stad la ciudad
het land el país (los países)
de nacht la noche
de dag el día
het probleem el problema (endet auf -ema, also masculino)
-íon --> Plural -ionen (zonder í)
hoe gaat het? Qué tal? (muy bien, bien, regular piero bien, mal, muy mal / fatal)
Grammatica: altijd ''para + infinitiv''. Beweging: ''a''. Geen beweging: ''en'' para viajar a Latinoamérica. Para estudiar en España.
Verbes, praesens: estudiar, estud... estudio, estudias, estudia, estudiamos, estudiáis, estudian
ik, jij, hij/zij/het/u, wij, jullie, zij/U(mv) yo, tú, él/ella/usted, nosotros/nosotras, vosotros/vosotras, ellos/ellas/ustedes
vakantie doorbrengen pasar las vacaciones
werken trabajar
nogmaals otra vez
tot ziens adíos
groet el saludo
of o
Hoe spreekt men dat uit? Cómo se pronuncia?
uitspreken pronunciar
deze namen estos nombres
leest u lea (leer)
dan, daarna luego
vult u aan complete (completar)
het strand la playa
de informatie la información
de organisatie la organización
de universiteit la universidad
het theater el teatro
het concert el concierto
het hotel el hotel
de tekst el texto
in Spanje en España
voor jongens para niños
mee con
anders diferentes
vele muchos
behalve además de
Spaanse steden las ciudades españolas
Noord-Afrika el norte de áfrika (Hoofdletter A met accent)
collega's compañeros/-as
tachtig procent el 80 % (ochenta por ciento)
Familie la familia
het metaal el metal
veel woorden muchas palabras
hoe? como
het karakter el carácter
ook también
vandaag hoy
engels el inglés
oorsprong, herkomst el origen
veel nieuwe woorden muchas palabras nuevas
Shampoo el champú
Camping el cámping
alle talen todos las lenguas
veel invloeden muchas influencias
bedoelen/betekenen significar
ja, nee si, no
ik weet (het) niet no sé (saber)
enkelvoud, meervoud el singular, el plural
Waarom leer je spaans? Para qué estudias español? (estudiar)
de reden el motivo
ik leer spaans estudio español
om te reizen (naar) para viajar (a)
spreken hablar
mijn partner mi pareja
een appartement un aparatamento
of si
stel je voor presente (presentar)
nu ahora
voorbereiding preparación
het artikel el artículo
het spel el juego
meenemen llevarse
de etappe la etapa
de letter la letra
de uitspraak la pronunciación
moeilijk difícil
de uitdruk la expresión
nuttig útil
culturele aspecten los aspectos culturales
van noord naar zuid de Norte a Sur
een route una ruta
fascinerend fascinante
door por
het continent el continente
van desde
tot hasta
door ... gaa pasar (por)
cultuur la cultura
erg verschillend muy diferente
het landschap el paisaje
indrukwekkend impresionante
elke cada
voorstellen presentar
op de landkaart en el mappa
de landen die genoemd worden los países que se mencionan
noemen mencionar
nogmaals otra vez
gebeuren/plaatsvinden pasar
helpen adjudar
de zoon el hijo
om te helpen para adjudar (altijd ''para + infinitiv)
ik woon vivo (''bibo'')
de man, de vrouw (getrouwd) el esposo, la esposa
Hebben jullie vragen= Tenéis preguntas? Zuid/Amerika: tenen preguntas?
ik heb een vraag Teno una pregunta!
misschien quizá(s)
Waarom studeert Franks Spaans? Para qué estudia Frank español?
het kleinkind el nieto
elke cada
waar lig t... ? Dónde esta ...?
waar is er ... ? Dónde hay ...?
de lettergreep la silaba
de krant el diario
schrijven escriber (?)
excuseert u mij perdón oder disculpe
bedankt gracias
het spijt me lo siento
Ik heb niet genoeg geld No tengo suficiénte dinero
Hoi Lisa Hoi Lisa
wie quién
tutoyeren se tutea
ik wacht espero
daarna, later después
ik reageer reacciono
jong joven
ober camarero; trabajo de camarero
als si
wij zeggen decimos
ouder edad
+/- in principe eso si
klopt eso es
ja goed y bueno
sportclub club de deportes
daar ahí
hand mano
kus beso
vandaag hoy en día
ik geef doy (dar)
zo veel tanto
knuffelen / umarmen abrasan
alleen solamente
wij zijn estamos (estar)
al ya
ongeveer die mensen toda esa gente
bij jou para ti
wij treffen, wij bevinden se encontramos
elk(e) cada
dus pues
de fles la botella
de verpakking la caja
de ham el jámon
de asperges los espárragos
nougat turrón
de mand (korter: mand!) la cesta
eieren los hueves
de sla la lechuga
de boter la mantequilla
de vis el pescado
de banaan el plátano
hoe vaak? cuántes veces
sinaasappelsap zumo de narranja
elke dag todos los dias
zeer vaak muchas veces
niet zo vaak pocas veces
bijna nooit casi nunca
nooit nunca
kopen comprar
groente vegetal
brengen llevar
je broer brengt su hermano llava
ik heb gegeten he comido
we hebben gegeten hemos comidos
drinken tomar, beber (tomar in Zuid Amerika)
ik drink yo tomo
ik wil graag quíera
en iets anders? y algo mas?
dan pues
sorry lo siento
dan neem ik (dat) entonces deme
70 setenta
aan elkaar voz alta
estar vs. ser estar: iets veranderlijks, zoals verblijfsplaats. ser: iets onveranderlijks, zoals naam of geslacht
ik wil graag querer
ik wil liever preferir
el bocadillo het broodje
wat jij wil. como tu quíres
eso a mi me gusta eso a mi me gusta
bitter amorga (la verveza es amorga)
de flat el piso
don't worry no te preocupes
uitgang salida
vlakbij het station cerca de la estacíon
het gebouw el edificio
rechtdoor todo recto
rechtsaf a la direcha
journalist periodista
ik heb het niet begrepen, kunt u het aub herhalen no te entiendo, repite par favor
antwoorden consestar
proost salud!
ik heb een afspraak tengo hora
de zitplaatsen los asientos
computer(s) ordenador(es)
het bedrijf, de firma la empressa
ik ben geweest he estado
ik heb gewerkt he trabajado
wij zijn geweest hemos estado
vevelend, saai aburrido, -a
het loon, het salaris el sueldo
helaas desgraciadamente
de maanden (jan/feb/ma etc) enero, febrero, marzo, abril, mayo, junio, julio, agosto, septiembre, octubre, noviembre, diciembre
paard caballo
nice to meet you mucho gusto
het boek el libro
ik eet lunch yo como almuerzo
de aardbei la fresa
de beer el oso
de vogel el pájaro
de kat el gato
de muis el ratón
de spin la arana (n kringeltje)
de krab el cangrejo
de eend el pato
is het van jou? es suyo?
jouw kat su gato
de appels zijn van pns las manzanas son de nostros
de badkamer el bano (n kringeltje)
hoe veel? cuánto?
wat is het? Qué-es?
wie ben jij? Quién-eres? (topliedje: wie ben jij - André Hazes (wel van senior natuurlijk, op youtube een beetje naar onder scrollen)
wat is je vraag? Cuál-es tu pregunta?
hoe veel? cuánto?
wanneer? cuándo?
welke dieren? cuáles animales?
de glazen zijn rood las gafas son rojas
de jurk el vestido
de kleding la ropa
terwijl mientras
''even though'' aunque (a-un-ke)
pineapple pina (n kringeltje)
mushrooms hongos
knoflook ajo
de wortels las zanahorias
de vrouw is klein la mujer es braja
het diner la cena
What is the book about? Dé que es el libro?
de lepels las cucharas
paraplu paragua
de stoel la silla
het bed la cama
het dak/het plafond el techo
de deur el puerta
de spiegel el espejo
de tandenborstel el cepillo
priester sacerdote
de boer el granjero
de bakker el panadero
de koks los cocineros
I work as a waiter Yo trabajo como mesero
de koning el rey
gisteren ayer
woensdag miércoles
maandag lunes
dinsdag martes
zaterdag sábado
donderdag jueve
vrijdag viernes
zondag domingo
wat voor werk doet u? en qué trabaja (usted)?
kost het veel? cuesta mucho?
nu heb ik een betere baan Ahora, tengo un trabaja méjor
portomennee/portomonnee hoe schrijf je dat eigenlijk cartera
de vloer el piso
een raam una ventana
scheerapparaat rasuradora
het glas el vaso
journalist periodista
uren, weken, maanden horas, semanas y meses
sinds wanneer? desde cuándo?
het seizoen la temporada / la estación
de lente la primavera
de winter el invierno
verjaardag cumpleanos (n kringeltje)
de zomer el verano
ik loop yo camino
soms a veces
een oud paar un caballo viejo
lelijk feo
ik ben de beste :) yo soy el mejor
het is waar es cierto
lang en sterk alto y fuerte
de komende maanden Los siguientes meses
ik ben arm soy pobre
ik ben rijk soy rico
hij en ik lopen samen él y yo caminamos juntos
het is goedkoop es barato
het is duur es caros
de kelder el sótano
de zeep el jabón
de eigenaar el dueno (n kringeltje)
weten saber
ik speel met ... yo juego con ...
proeven pruebar
helpen ayudar/ajudar
de droom el sueno (n kringeltje)
ik herinner me het niet yo no recuerdo
ik dank aan ... pienso en ...
de schoenen passen niet los zapatos no caben
beginnen comienzar
hij bezorgd het eten él entrega la comida
een sleutel una llave
een muntje una moneda
de koffer la maleta
het schip el barco
een horloge un reloj
@ arroba
. punto
/ barra
- guión
_ guión bajo
# hashtag/etiquetta
kennen conocer (onregelmatig in 1e persoon enkelvoud: conozco)
vertalen traducir (onregelmatig in 1e persoon enkelvoud: traduzco)
lijken parecer (onregelmatig in 1e persoon enkelvoud: parezco)
geboren worden nacer (onregelmatig in 1e persoon enkelvoud: nazco)
rijden conducir (onregelmatig in 1e persoon enkelvoud: conduzco)
bedanken (voor) agradecer (onregelmatig in 1e persoon enkelvoud: adgradezco)
huisdieren las mascutas
de eigenaar el/la propietario/a
eerst, daarna, toen, iets later, 's middags primero, después, luego, un poco más tarde, por la tarde
hij heeft zich gedoucht se ha duchado
opstaan levantar
parkeren aparcar
het is geweest ha sido
ik heb gelezen he leído
ik heb geen zin om veel te eten no me epetece comer mucho
ik heb me aangekleed me he vestido
zien ver
samen zien ver juntos
ik heb gebeld he llamado
ik ging met de auto naar kantoor he ido a la officina en coche
voor het gebouw waar ik werk delante el edificio donde trabajo
soms a veces
het is gezond es sano
stelen robadar
twee keer dos veces
ik ben het beu estoy un poco harto
ik ben teruggekeerd naar huis he vuelto a casa
ze zijn gekomen han venido
in de buurt van cerca de
ik ben naar bed gegaan me he acostado
aan de andere kant (tegenstelling) en cambio
ik heb ze al lang niet meer gezien hace mucho que no las veo
Jan, heb jij altijd in Tilburg gewoond? Jan, siempre has vivdo en Tilburg?
Petra, ben je al eens in India geweest? Petra, has visitado alguna vez la India?
al eens (een keer) alguna vez
presente perfecto van escribir (schrijven) escrito
presente perfecto van ir (gaan) ido
schoonmaken limpiar
presente perfecto van ver (zien) visto
presente perfecto van decir (vertellen) decho
hebben hacer
presente perfecto van leer (lezen) leído
de krant el periódico
ik werk als een ober yo trabajo como mesero
bezorgen entregar
het tijdschrift la revista
de brug el puente
de tas la bolga
de monitor / het beeldscherm la pantalla
een machine una máquina
de vlag la bandera
de wielen las ruedas
jij eet langzaam come despecio
slaap je veel? duermes bastante?
hij rent nooit él jamás corre
onder de tafel debajo de la mesa
ik ben zeker estoy seguro
het is waar es cierto
langzaam lentamente
stadsbewoners ciudadanos
de buren los vecinos
mijn verdriet mi pena
de wet la ley
papier papel
volgens ... según (el ...) ...
het lied el canción
de verkeerslichten los semáforos
gelukkig maar menos mal
ik ben het een beetje zat estoy un poco harto
daarentegen en cambio
sinds desde hace
Julia en ik kennen elkaar sinds 1 jaar Julia y yo nos conocemos desde hace un ano (n kringeltje)
ik sta op yo me levanto
vriendin novia
Jou buren zijn erg luidruchtig Tus vecinos son muy ruidosos
doen hacer
sport deporte
nemen llevar
weten saber
de haren kammen peinarse el pelo
de haren el pelo
verhuizen mudarse (dus: nos mudamos)
boos enfadado
verliezen perder
het vet el gordo
gewicht peso
David moet gewicht verliezen, want hij is vet David necesita perder peso porque está gordo
elke nacht cada noche
haten odiar
trouwen; C en A trouwen deze zomer C y A se casan este verano (casarse)
Felix tiene que Felix moet ...
de film la película
Let op zinsbouw: a mi padre le duele mucho la cabeza (mijn pa z'n hoofd doet erg pijn)
dun delgado
onverwacht inesperada
verassing sorpesa
twee wielen dos ruedas
de straat oversteken cruzar la calle
Als het rood is, kunt u de straat niet oversteken, als het groen is wel Si está rojo, no puedes cruzar la calle, si está verde sí
het gezicht la cara
de ogen los ojos
mooi guapo
een lied un canción
daarna volgt ... después sigue ...
de weg el camino, la calla
de woonkamer la sala
het eiland la isla
het paleis el palacio
de gevangenis la cárcel
het gebouw el edificio
het kantoor la officina
de buurt el barrio
het park el parque
de eigenaar el dueno (n kringeltje)
de weg la carratera
het huis el hogar
de grens la frontera
de hoek la eaquina
west oeste
op welke afstand is het vliegveld? a qué distancia está el aeropuerto?
de hond el perro
garnaal camarón (voorgerechtje van t strand :))
boeket ramo
het haar el pelo
gekruld rizado
de premiere van de film estreno de la película
hij glimlacht él sonríe
het antwoord la repusta
Wanneer is je verjaardag? Cuándo es su cumpleanos? (n kringeltje)
Mijn hobby's zijn... mis aficiones son ...
dichtbij al lado de ... (+el = del)
lade (van een kast) el cajón
betalen pagar
de huur el alquiler
basketbal baloncesto
donkerbruin marón
het haar el pelo
ik denk ... creo ...
ze zijn aan het schreeuwen están gritando
een stoel una silla
een boekenplank una estantería
de tafel la mesa
de krant un diario / un periodico
de kaart el mapa (uitzondering met geslacht)
een rugtas una muchila
de muur la pared
het raam la ventada
de computer la computadora/ordenador
de balpen el bolígrafo
wij willen graag iets eten Quisiéramos comer algo
de rekening la cuenta
is er een bank hier in de buurt? Hay un banco aquí cerca?
jaloers celoso
hij is kapot esta roto
het kost minder cuesta menos
vlakbij muy cerca
uitstekend estupendo
mag ik wat vragen? puedo preguntarle?
akkoord de acuerdo
hoeveel maanden zijn we hier geweest? cuántos meses hemos estado aquí?
Waar ben je geboren? Dónde naciste?
de kus, de omhelzing el abrazo
verschijnen aparecer (in de 1e persoon met zc)
vermoorden asesinar
kapot gaan averiarse
het rijbewijs el carnet de conducir
het strandtentje el chiringuito
kenne, leren kennen conocer (in de 1e persoon met zc)
beantwoorden contestar
het schilderij el cuadro
laten, verlaten dejar
de verkoopster (in een winkel) la dependienta
de auto ging kapot el coche se acerió
de schilder stierf el pintor murió
vinden encontrar (vervoegt soms met eu)
laten zien, lesgeven ensenar (n kringeltje)
onder andere entre otros
de schrijver el escritor
beroemd famoso
de geboortedatum la fecha de nacimiento
de surprise party la fiesta sorpresa
meer dan een jaar geleden hace más de un ano (n kringeltje)
zich vestigen in instalarse en
aankomen llegar
de geboorteplaats el lugar de nacimiento
de plek, de plaats el lugar
deswegen por eso
am meisten sobre todo
de zomer el verano
thuis blijven quedarse en casa
kletsen charlar
boodschappen halen hacer la compra
avond eten met z'n allen cenar juntos
shoppen ir la compra
het verveeld me me aburren
duur carro
goedkoop barato
feestbeest el marchoso
uit gaan ir de marcha
het feest la marcha
moe candasa
in de buurt en el barrio
ik mis geen no me pierdo
de boer el campesino
maar sino
de buurt el barrio
ze lopen pasean (pasear)
de tuinen los jardines
als het koud is cuando hace frio
niemand loopt nadie pasea
ze lopen snel caminar con prise (
naar hacia
de bushalte la parada del autobús
de tas la bolsa
de achterkant la espalda
continu, zonder te stoppen sin parar = continuamente
sluiten cerrar
het geluid el ruido
horen oír
hetzelfde verhaal la misma historia
ze kijkt naar de klok mira el reloj
ik ben te laat voor llego tarde a
de advocaten los abogados
un despacho = una officina
de hal el pasillo
op de deur kloppen llamer a la puerta
schreeuwen gritar
de douche verlaten saler de la ducha
een uur geleden hace una hora
een spijkerbroek unos vaqueros
een shirt una camiseta
bruin castano (n kringeltje)
glad liso
het derde jaar el tercer ano (n kringeltje)
haast prisa
je broer heeft haast tu hermano tiene prisa
de glimlach la sonrisa
gekruld rizado
ze schreeuwt blij grita contenta
aan de ene kant, aan de andere kant por un lado, por otro lado
de (film) premiere el estremo
je kunt het ze vragen predes pedirles (?)
die acteur ese actor
(op)pakken coger
rugzak mochila
de muren las paredes
soms a veces
ze worden vrienden se hacen amigos
uit huis vertrekken salir de casa
wat doe je hier? que haces aquí?
cartoonist dibrijante
een tijdschrift una revisa
tot de middag hasta la tarde
sommige dagen algunos días
carrino (n kringeltje) se utiliza con personas conocidas (buenos amigos, familia) para espresar afecto y familiaridad
partido = partido de fútbol
entreekaarten entradas
samen juntos
marina kijkt naar hem marina los mira
achter detrás
divertido gracioso, simpático, con humor
zonder haast sin prisa
maandag lunes
terugkomen volver
er is niemand no hay nadie
het kantoor el despacho
wanneer ze verlaat cuando sale
het zwembad la piscina
zwemmen nadar
hier in de buurt cerca de aqui
boven encima
boven op de tafel encima de la mesa
zitten gaan sentirse
het bed la cama
dezelfde/hetzelfde mismo
tegenover enfrente
het hoofd la cabeza
jij bent dom tu eres tonto
achter detrás
een ding una cosa
moe cansada
pakken, grijpen coger
een kus un beso
iets algo
gebakken al horno
de tafel dekken (letterlijk: instellen) poner la mesa
sporttas bolsa de deporte
eindigen acaber
? ik wacht op je ?os espero
ik weet het lo sé
we zien haar weinig la vemos poco
een reden un(a?) razón
ik neem een bus (yo) cojo un autobús
boos enfadado
je denkt er rustig over na lo piensas con tranquilidad
dinsdag martes
wandelen caminar
wanneer cuando
uitgaan salir
voor(aan) delante
wachten esperar
arriveren llegar
?wat is er mis met jou? qué te pasa
naar hacia (Lucas camina hacia la Facultad)
een dwaas un tonto
het is waar es verdad
komen venir
derepente = en ese momento
callarse = no hablar
ze moet doen tiene que hacer
met tassen con bolsas
afhalen, er uit halen sacar (sacar las casas de las bolsas)
de kast el armario
de aankoop la compra
ayudar = colaborar
op het bed encima de la cama
zaterdag sábado
ik begrijp het niet no te entiende
hetzelfde lo mismo
ik ook niet yo tampoco
honger hambre. Yo no tengo hombre
ze kijken elkaar aan se miram
elke keer opnieuw cada vez
verschijnen aparecer
aan de voorzijde frente
raad consejo
argumenten razones
voorwendsel pretexto
voeden alimentarse
+- gaan staan estar en pie
het heeft me gebroken me ha quebrado
de hielen los talones
ik stond op me levante
hoewel aunque
ik kom terug volveré
vallen caer
benaderen acercarse
ruw bruta
blind ciega
doofstom sordomuda
onhandig torpe
koppig, eigenwijs testaruda
het is alles wat ik geweest ben es todo lo que he sido
ik eb me veranderd he convertido
ik houd van jou amarte
vergeten olvidar
hoe vaak heb ik geprobeerd cuántas veces he intentado
begraven enterrar
brengen traer
gevecht pelea
ik zou kunnen pudiera
uitdrijven exorcizar
stem voz
ontsnappen escapar
losrukken arrancar
verstoppen esconder
voelen sentir
broodmager flaca
traag lenta
je zegt niets tegen mij no me dice nada
een nest un nido
opsturen mandar
doodgaan morir
verhuizen naar mudarse a / trasladarse a
de wereld el mundo
geboren worden nacer
oudejaarsavond la nochevieja
het toneelstuk la obra de teatro
vragen, verzoeken pedir
het bord, het gerecht el plato
het gedicht el poema
de dichter el poeta
het kaartje la postal
beloven prometer
aanbevelen recomendar
de eeuw el siglo
zijn beroemdste werk su obra más famosa
weggooien, trekken tirar
in de prullenbank gooien tirar a la basura
het gaat over trata sobre (tratar sobre)
verbinden unir
de terugvlucht el vuelo de vuelta
de vlucht el vuelo
huren alguilar
heel vroeg temprano
schoonmaakmiddelen productos de limpieza
vandaag hoy
ontkenning: 2x no. No, no tengo una pregunta
ontvangen recibir
de vuilnis la basura
van desde
de vorige eeuw el siglo pasado
voicemail buzón de voz
Lieve Juan Querido Juan
we zijn vertrokken hemos salido
we hebben gehad hemos tenido
ze sluiten laat cierran tarde
we zijn naar bed gegaan nos hemos acostado
hoewel aunque
echter sin embargo
de rugzak la mochila
het politiebureau la comisaría
de rij la fila
een klacht/aangifte una denuncia
buitenlands extranjeros
we voelen (ons) sentimos
ik was beroofd me atracó
ik werd bang me asusté
voor de rest pero lo demás
een maand geleden hace un mes
vorige woensdag el miércoles pasado
het wachtwoord la contrasena (n kringeltje)
het maakt me bang me da miedo
auto's repareren arreglar coches
de plaats el/la lugar
volgens según
het gezicht la cara
test test
wanneer ging je voor de laatste keer? Cuándo fuiste por última vez?
Waar was je? Dónde estuviste?
Wat deed je? Qué hiciste?
eindigen acabarse
gaan slapen acostarse
ruim amplio
schrikken asustar
overvallen atracar
helpen ayudar
de voicemail buzón de voz, el
vallen caerse
kletsen charlar
pakken, grijpen coger
het politiebureau la comisaría
vinden, bereiken, erin slagen om te conseguir
ruzie maken discutir
even een dutje doen echarse una siesta
de zak (in kleding) el bolsillo
onderweg en el camino
verliefd worden enarmorarse
aankomen, dik worden engordar
de ingang la entrada
diezelfde dag eso mismo día
ik was estuve
de rij la fila
het formulier el formulario
ik ging, ik was fui
ik ging naar de vergadering fui a la reunión
boodschappen doen hacer la compra
de erfenis a herencia
ik maakte, ik deed hice
proberen intentar
gaan winkelen ir de compras
samen juntos
ik kwam (te) laat llegué tarde
de bar, de gelegenheid el local
de problemen volgden elkaar op los problemas se sucedieron
ik heb er zin in me hace mucha ilusión
internetten navegar por internet
geen enkele ninguno
hij zei niets tegen me no me dijo nada
we hebben er zin in nos hace mucha illusión
het papier el papel
stofzuigen pasar la aspiradora
je haar kammen peinarse
afvallen (van gewicht) perder peso
de eigendommen las pertenencias
aangifte doen poner una denuncia
aantrekken (van kleding) ponerse
verde, voor het overige por lo demás
prachtig precioso
ik kon pude
ik legde neer puse
eventjes un rato
krijgen, ontvangen recibir
zich herinneren recordar
stelen robar
gezond sano
mijn telefoon viel uit mijn zak se me cayó el móvil del bolsillo
hij werd agressief se puso agresivo
zich voelen sentirse
echter sin embargo
veilen subastar
hij rende ervan door se fue corriendo
de workshop, het atelier el taller
de creditcard la tarjeta de crédito
we moeten wachten tenemos que esperar
ik moet gaan tengo que irme
afstuderen terminar la carrera
rustig tranquilo
ik had, ik kreeg tuve
ik moest gaan tuve que irme
we moesten wachten tuvimos que esperar
een prachtig uitzicht una vista preciosa
+- ze zijn allemaal uit eten todos comen fuera (furea = uit)
rond alrededor (comen alredor de la mesa)
zeggen decir
ze willen hen iets vertellen quieren decirles algo
een tas una bolsa
de geschenken los regalos
een mantel una bata
erg oud muy vieja
een doos una caja
grappig divertido
zich herinneren se acuerda
creme nata
een tekening un dibujo
liegen mentir
de zijkant el lado
het nieuws/journaal las noticias
antwoorden contensar
moeten doen tiene que hacer
de leunstoel el sillón
heel dichtbij muy cerca
tekening afmaken acabor el dibujo
vertel het hem decírselo/contárselo
vrolijk alegre
telefoon opnemen coge el teléfono
P. vertelt hem alles P. le cuenta todo
ik ben oud soy viejo
ik ga je iets vertellen voy a contarte algo
bedanken agradecer
vrijdag viernes
zittend sentado
en hij houdt heel veel van haar y la quiere mucho
een vraag una cuestión
begrijpen entender
wachten esperar
comfortabel cómodas
mooi agradable
je houdt van te encanta
+- dan Entonces, no hay ingún problema
honger hambre
de spiegel el espejo
zapatos de tacón zapatos altos
wandelen caminar, andar
heerlijk, knap guapa
zwemoutfit dos banadores (n kringeltje)
de lach las risas
veel plezier divertiros
single soltera
ze geeft (enorm) om ella cuida
ze doet bijna alles in huis hace casi todas las cosas de la casa
zonder stem sin voz
vroeg temprano
befrafenis funeral
tranen in de ogen lágrismas en los ojos
huilen met llora con
buren vecinos
rondom de kist alrededor del altaúd
het gezicht la cara
de lippen los labios
ze schreeuwen/huilen lloran
komt er aan se acerca
een leugenaar un metrioso
ik vergeef je te perdono
voor para
terug, achterom atrás
estar muerto/a de miedo tener pánico, terror
zijn benen sus piernas
ze gaat me kussen me va a besar a mí
ze kust haar la besa
de grond el suelo
maar dan pero entonces
grappig divertido
broma un juego que no es serio, que no es verdad
een droom un sueno (n kringeltje)
je droomt tu suenas (n kringeltje)
misschien tal vez
macht pedrío
het is verwijderd se quita
zich wassen se lava
snijden cortar (cortar una cebolla)
veel plezier divertirse
op (w)elk moment en cualquier momento
geroosterd asado
de mond gesloten la boca cerrada
zij houdt van ze les encanta
proosten brindar
een ketting un collar
lelijk feo (veo veo :))
de stoel la silla
zingen cantar
wij wensen je alles te deseamos todos
de muziek klinkt la musica suena
ze gaan de straat op salen a la calle
ze zittenn están sentados
traad lentamente
in een tijdje dentro de un rato (un espacio de tiempo indeterminado, pero no muy largo. Puedo ser media hora)
opvrolijken alegrag
de winkels las tiendas
kleindochter nieta
ze kammen se peinan
ze komen thuis vuelven a casa
wakker despiertos
uit de zak halen sacar del bolso
ze lopen hand in hand (kutkakkerlakken!) pasean cogidos de la mano
hij voelt ... él siente ...
vergeten olvidar (no recordar)
makelaarskantoor agencia inmobiliaria
onderstreept subrayado
wij huren een auto alquilamos un coche
de gevel la fachada
verkouden refriado
hard op voz alta
de sleutels las llaves
wat jammer qué pena
de hal el pasillo
ik vind het erg lelijk me pareca muy feo
tegenover enfrente
de eetkamer el comedor
bedrogen enganados (n kringeltje)
er was/er waren hubo (verleden tijd van hay)
maak je geen zorgen no se preocupe
voor het geval dat por si acaso
lelijk feo
repareren arreglandar
wat denk je, wat vind je er van parece
de waarheid le verdad
geven dar
ophangen colgar
de kast el armario
de lamp la lámpara
het tijdschrift la revista
zetten, plaatsen colocar
de buurman el vecino
de kussens los cojines
de bril las gafas
wat heb je gedaan met... qué has hecho con ...
waar heb je ... neergezet dónde has puesto ...
wat ga je met ... doen qué vas a hacer con ...
ze hebben de trein gepakt cogieron el tren
de eigenaar el dueno (n kringeltje)
jij moet ophouden met roken tienes que dejar de fumar
een ketting un collar
een bij una abeja
een vis un pez
wat een pech qué mala pata
hoe vaak? cuántas veces?
bovendien además
het makelaarskantoor la agencia inmobiliaria
een auto huren alquilar un coche
gisteravond anoche
het broodje el bocadillo
plaatsen, neerzetten colocar
het gordijn la cortina
scheiden divorcirase
missen echar de menos
het gebouw el edificio
bedriegen enganar (n kringeltje)
laten zien ensenar (n kringeltje)
het is een kwestie van smaak es una cuestión de gustos
een verslag schrijven escribir un informe
de gevel la fachada
het verkleedfeestje la fiesta de disfraces
de kat el gato
er zat een fout in hubo un error
juist gisteren justo ayer
de bloemen verwelken los flores se marchitan
het is niet nodig no hace falta
maakt u zich geen zorgen no se preocupe
we voelen ons bedrogen nos sentimos enganados (n kringeltje)
het stel, het paar la pareja
schildren pintar
voor de helft van het geld por la mitas de precio
de planten water geven regar las plantas
het tijdschrijft la revista
het vuilnis buiten zetten sacar la basura
vies sucio
laat tarde
ik mis je te echo de menos
vroeg temprano
weggooien, trekken tirar
de woning la vivienda
controleren comprobar
leuk agradable
de omgeving el ambiente
duur caro
traag lento
2e hands kleding ropa de segunda mano
de muur el muro
geroosterd asado
varkensvlees cerdo
gegrild al la plancha
groentes berduras
dit gerecht bevat ... este plato lleva ...
geitenkaas queso de cabra
bakken (werkwoord) freír
kruidenboter mantequilla de herbes
misschien quizás
een jungle una selva
angst el miedo
ik ga het onthouden voy a recordarlo
verwant +- relacianados
het station la estació
betalen pagadar
kantoor despacho
de winkel la tienda
de koffer la maleta
de meerderheid la mayoría
omgeven door rodeados de
zoals in ... paracido en ...
geluk suerte
ze hebben gehad han tenido
overtuigd convencidas
nog aún
voorzichtig zijn cuidar
de lade el cajón
vertraging retraso
via a través de
buitenschoolse activiteiten actividades extraescolares
zich aanpassen adaptarse
bovendien además
behalve, naast además de
iets dergelijks algo parecido
al eens een keer alguna vez
aanvallen atacar
nog aún
de bougiekabels los cables de bujía
de la el cajón
de zanger el cantante
schattig carinoso (n kringeltje)
overtuigen convencer
zorgen voor cuidar de
het kantoor el despacho
op zoek naar en busca de
ziek enfermo
ontsnappen escapar
overtuigd zijn estar convencido
de grens la frontera
dankbaar gratificante
huiswerk maken hacer deberes
het bed opmaken haces la cama
het rooster, de werktijden el horario
ongelofelijk increíble
de kan (bv. voor water) la jarra
het zwaarste lo más duro
de koffer la maleta
de meerderheid la mayoría
ik verdwaalde me perdí
ik voel me vreselijk me siento fatal
de angst el miedo
de aap le mono
vaak muchas veces
de natuur la naturaleza
het kindermeisje la ninera (n kringeltje)
het basisniveau el nivel básico
nooit nunca
het scherm la pantalla
verdwalen perderse
afspreken quedar
ophalen recoger
het net, het web, het internet la red
cadeau doen regalar
vertellen relatar
de hoek el rincón
omgeven door rodeado de
zes maanden later seis meses después
het oerwoud, de jungle la selva
geluk hebben tener suerte
ik ben bang tengo miedo
de afhandeling, de formaliteit el trámite
vliegen volar
de buik la barriga
ik ga je wat voorschrijven tegen de pijn te voy a recetar unas pastillas para el dolor
duizelig mareado (letterlijk: zeeziek?)
stressvol estresante
de rug la espalda
de maag el estómago
uitrusten descansar
ik heb hoofdpijn me duele la cabeza
mijn benen doen pijn me duelen las piernas
waar heeft hij/zij/u pijn? Dónde le duele?
Hij/zij/u heeft rugpijn le duele la espalda
het hoofd la cabeza
de knie la rodilla
de arm el brazo
de schouder el hombro
de neus Holleeder, of la nariz
het oor la oréja
de ogen los ojos
de mond la boca (Portugees liedje: ''sua boca mia'')
de hand la mano
de vingers los dedos
de buik la barriga
het been la pierna
de voet el pie
een geschenk un regalo
berouwvol arrepentida; ahora está arrepentida
zij heeft een boek verloren ha perdido un libro
dar = geven. Rijtje van indefinido? di / diste / dio // dimos / disteis / dieron
querer = willen/houden van. Rijtje van indefinido? quise / quisiste / quiso / quisimos / quisisteis / quisieron
decir = zeggen. Rijtje van indefinido? diji / dijiste / dijo / dijimos / dijisteis / dijeron
saber = weten. Rijtje van indefinido? supe / supiste / supo / supimos / supisteis / supieron
venir = komen. Rijtje van indefinido? vine / viniste / vino / vinimos / vinisteis / vinieron
traer = brengen. Rijtje van indefinido? traje / trajiste / trajo / trajimos / trajisteis / trajeron
Indefinido van ser? (zelfde als van ir) fui / fuiste / fue
wanneer deed je ... Cuándo hizo ...
een leugen una mentira
rouwen llorar
lang geleden hace mucho tiempo
een maand geleden hace un mes
een week geleden hace una semana
een paar dagen geleden hace un par de días
ik weet het niet meer no me acuerdo
vermijden evitar
mijn bed mi cama
het juiste woord la palabra adecuada
aanbieden ofrecer
plotseling de repente
onderwijzen ensenar (n kringeltje)
ik ben je schuldig te deboo
de heuvel la cuesta
wat is er met je aan de hand? Qué te pasa?
wat moet ik doen? Qué tengo que hacer? (of Amarins bellen :))
nu meteen ahora mismo
gestoomde rijst el arroz hervido
en dus así que
de borrel, het shotje el chupito
ieder (willekeurig) iemand cualquira
zorg goed voor jezelf cuídate
een leugen vertellen decir una mentira
te, teveel demasiado
uitrusten descansar
ik gaf di
ik zei dije
zeg het eens dime
de pijn el dolor
in slechte staat en mal estado
verliefdw roden enamorarse
inleveren, overhandigen entregar
spijt hebben estar arrepentido
lang geleden hace mucho tiempo
het verslag el informe
de kruidenthee la infusión
huilen llorar
het beste is om ... lo mejor es ...
ik heb buikpijn me duele la barriga
ik heb hoofdpijn me duele la cabeza
het doet zo'n pijn me duele tanto
ik heb pijn aan mijn ogen me duelen los ojos
het gaat maar niet over na se me pasa
het pilletje la pastilla
dat kan de reden zijn puede ser la razón
klagen quejarse
ik wilde quise
voorschrijven (van recept) recetar
de knie la rodilla
ze zagen elkaar voor het laatst se vieron por última vez
een advies opvolgen seguir un consejo
een advies un consejo
waarschijnlijk seguramente
varrassen sorprender
ik wist supe
ik bracht mee traje
u moet zich niet zo'n zorgen maken usted no tiene que preocuparse tanto
de stiltecoupé el vagón de silencio
ik kwam vine
vliegt door de lucht vuela por el cielo
asustado = con miedo ok leuk om te weten
hou je mond cállate
dichterbij más cerca
atterrizando = cuando un avión llega a un aeropuerto mooi
waarom hou je niet je mond? por qué no te calles?
una pastilla = un medicamento
landen (werkwoord) aterrizar
uitstappen bajar (bajar del avión)
de gesloten ogen los ojos cerrados
ze nemen hem bij de armen lo cogen por los brazos
de armen (van het lichaam) los brazos
de grond el suelo
bijna casi
hij wordt niet wakker no despierta
de spiegel el espejo
ze zijn opgestegen han subido
iemand alguien
aan de voorzijde van ... frente a ...
tweepersoonsbed cama de matromonio
de koffers las maletas
hoe zijn we gekomen? cómo hemos venido?
P. wordt ploteseling wakker P. se despierta de repente
plotseling de repente
verwonderd sorprendidos
de kunst el arte
ik ga douchen voy a ducharme
plaats sitio
lachend riéndose
op het bed leggen acostar en la cama
de eigenaar el propietario
aanbieden ofrecer
kiezen elegir
protesteren reclamar
Pardon, weet u waar ... is ? Perdona, sabes done está ...
sla links/rechtsaf giras a la derecha/izquierda
steek het plein over cruzas la plaza
ga rechtdoor tot aan ... sigues todo recto hasta ...
omdraaien girar
verstoppen esconder
onder debajo
naambordjes cartulina
de la el cajón
voetgangersgebied zona pentonál
het is in de buurt van het park está cerca del parque
het bos el bosques
er zijn winkels hay tiendas
de dijk el dique
de boerderij la granga
de vijver el estanque
verbeteren mojorar
meestal sueles (donde sueles comprar...)
hoeveel krijgt u van me? cuánto le debo?
wat mag het zijn? qué le pongo?
gegrild, van de grillplaat a la plancha
de knoflook el ajo
uit de oven al horno
gestoomd al vapor
de abrikoos el albaricoque
huren alquilar
de auto repareren arreglar el coche
de aubergine la berenjena
het doosje la caja
de courgette el calabacín
het wisselgeld al cambio
de uit la cebolla
de kers la cereza
de pruim le ciruela
bevroren congelado
snijden cortar
rauw crudo
het wasmiddel el detergente
zich vergissen equivocarse
ze zijn nog niet rijp están muy verdes todavía
de framboos la frambuesa
de aardbei la fresa
gefrituurd frito
de wafel el gofre
het warenhuis el gran almacén
bewaren guardar
het ijs, het ijsje el helado
gekookt hervido
het ijs (bv voor in een drankje) el hielo
rijp maduro
de mandarijn la mandarina
de appel la manzana
ik vergis me me equivoco
de perzik el melocotón
de meloen el melón
de sinaasappel la naranja
de aardappel la patata
de peer la pera
de ananas la pina (n kringeltje)
de banaan el plátano
geeft u me maar ... póngame ...
het beddengoed la ropa de cama
geld halen sacar dinero
de zalm el salmón
de watermeloen la sandía
de garage, de workshop, het atelier el taller
de tomaat el tomate
de druif la uva
de groenten las verduras
de wortel la zanahoria
Created by: andreriemersma