click below
click below
Normal Size Small Size show me how
Beweging 03-06-'16
Door studenten gemaakte vragen
| Question | Answer |
|---|---|
| Welke hersenzenuw is het meest betrokken bij bijten? a. N. Accessorius (XI) b. N. Glossopharyngeus (IX) c. N. Facialis (VII) d. N. Trigeminus (V) | d. N. Trigeminus (V) |
| Waar ontspringt de n. trochlearis? a. Medulla oblongata b. Pons c. Mesencephalon d. Diencephalon | c. Mesencephalon |
| Temazepam wordt kortdurend voorgeschreven bij ernstige slaapstoornissen. a. Juist b. Onjuist | a. Juist |
| Van welke ziekte is claudicatie in de kaak een specifiek symptoom? a. Migraine b. Arteriitis temporalis c. Clusterhoofdpijn d. Spanningshoofdpijn | b. Arteriitis temporalis |
| Waar is de processus coracoideus bij lichamelijk onderzoek palpabel? a. Ventraal, net onder het laterale gedeelte van de clavicula. b. Dorsaal, net mediaal van het acromion. c. De processus coracoideus is niet palpabel. | a. Ventraal, net onder het laterale gedeelte van de clavicula. |
| Wat is GEEN subtype van de depressieve stoornissen? a. Met begin post partum b. Met seizoensgebonden patroon c. Met psychotische kenmerken d. met middelengebruik | d. met middelengebruik |
| Ceyene-stokes ademhaling wordt veroorzaakt door een letsel in de: a. Cerebrale cortex b. Pons c. Medulla oblongata | a. Cerebrale cortex |
| Wat test je met de Lachmantest? a. Voorste kruisband letsel b. Achterste kruisband letsel c. Letsel ligamentem patella d. Laterale band letsel | a. Voorste kruisband letsel |
| Welke bewegingen worden er gemaakt bij een M-score van 2? a. Abductie schouder, flexie elleboog, flexie pols. b. Adductie schouder, extensie elleboog, pronatie hand, flexie pols. c. Adductie schouder, flexie elleboog, pronatie hand, flexie pols. | b. Adductie schouder, extensie elleboog, pronatie hand, flexie pols. |
| Wat is geen symptoom van nervus peroneusuitval? a. Zwakke dorsiflexie/eversie in de enkel. b. Sensorisch verlies over het dorsale gedeelte van de voet. c. Tintelingen in de hak van de voet. d. Het hebben van een klapvoet. | c. Tintelingen in de hak van de voet. |
| Bij o.a. MS kan een internucleaire oftalmoplegie ontstaan. Een letsel van welke structuur zorgt daarvoor? a. Radiatio optica b. Fasciculus longitudinalis medialis b. Chiasma opticum | b. Fasciculus longitudinalis medialis |
| Wat is de eerstekeuzebehandeling bij paniekstoornissen? a. Aanvalsbehandeling met een antipsychoticum b. Antidepressiva c. Cognitieve gedragstherapie d. Psychoanalytische therapie | c. Cognitieve gedragstherapie |
| Waar duidt zwelling van het MCP-1 gewricht op? a. Artrose b. Reumatoïde artritis c. Zowel artrose als reumatoïde artritis | a. Artrose |
| Wat valt niet onder negatieve symptomen van schizofrenie? a. Apathie b. Spraakarmoede c. Concentratieproblemen d. Vlak affect | c. Concentratieproblemen |
| Welke leeftijd heeft de patiënt meestal last van de painfull arc? De patient is meestal tussen de .. a. 5 en 15 jaar b. 20 en 30 jaar c. 40 en 60 jaar d. 65 en 75 jaar | c. 40 en 60 jaar |
| Wat is geen pre- of perinatale risicofactor voor schizofrenie: a. Het kind is In de winter geboren b. Het kind is In de stad geboren c. Overlijden van de partner tijdens de zwangerschap d. Moeder rookte tijdens de zwangerschap | d. Moeder rookte tijdens de zwangerschap |
| Een comateuze patiënt buigt abnormaal na toediening van een pijnprikkel. Wat is de m-score bij deze patiënt? a. 3 b. 4 c. 5 | a. 3 |
| Hoe behandel je amblyopie? a. Bril b. Occlusie amblyope oog c. Verkorten m. Rectus lateralis d. Verkorten m. Rectus medialis | a. Bril |
| Wat is de functie van de m. Quadriceps? a. Extensie (knie) b. Rotatie (knie) c. Anteflexie (heup) en extensie (knie) | c. Anteflexie (heup) en extensie (knie) |
| De patella luxeert meestal naar: a. lateraal b. mediaal | a. lateraal |
| Wat is een bijwerking van lythium? a. Levercirrose b. Hypothyreoidie c. Hyperthyreoidie | b. Hypothyreoidie |
| Welk onderzoek gebruikt men om meniscus letsel te bevestigen? a)Rontgen b) MRI | b) MRI |
| Het verwijderen van een gescheurde meniscus geeft een grote kans op het ontwikkelen van atrose op relatief jonge leeftijd. a) Juist b) Onjuist | a) Juist |
| . Een patiënt heeft een heupfractuur waarbij de het been verkort is en in exorotatie ligt. Welk soort fractuur is het meest waarschijnlijk? a) Mediale collumfractuur b) Femurschachtfractuur c) Laterale collumfractuur d) Pertrochantaire fractuur | a) Mediale collumfractuur |
| Een 52-jarige vrouw, toenemende gewrichtsklachten van de linkerheup. Toenemende mate pijn in de linker lies. s'ochtends het hevigst, vermindert na bewegen. over de dag toenemend. Oorzaak? a) Radiculair syndroom b) Artritis c) Coxatrose d) Fractuur | c) Coxatrose |
| Hoe ontstaat een charcot-voet? a) Door een verkeerde manier van lopen b) Mal union bij fractuur van MTP-1 c) Neuropathische desintegratie van het voetskelet | c) Neuropathische desintegratie van het voetskelet |
| Bij wie kan een charcot-voet ontstaan? a) Patiënt met reeds bekende neuropathie b) Patiënt bekend met een instabiel articulus talocalcaneonavicularis | a) Patiënt met reeds bekende neuropathie |
| Welke spier is verantwoordelijk voor zowel het heffen van de laterale voetrand als het kunnen lopen op je hielen? a. m. gastrocnemius b. m. tibialis anterior c. m. peroneus | c. m. peroneus |
| Wat is GEEN eigenschap van een proprioceptieve reflex? a. Eén prikkel wordt gevolgd door één contractie. b. Monosynaptisch. c. Vermoeibaar. | c. Vermoeibaar. |
| Het doel van de behandeling van artrose is primair curatief. a. Juist. b. Onjuist. | b. Onjuist. |
| Wat is een titubatie? a. Verminderd vermogen tot snelle alternerende bewegingen. b. Onvermogen om zonder steun te zitten (gestoorde zitbalans). c. Ritmische schudbeweging van hoofd of romp. d. Tremor die ontstaat bij het naderen van een doel. | c. Ritmische schudbeweging van hoofd of romp. |
| Bij Brown-Séquard syndroom gevonden de laesie? a. centrale parese ipsilateraal, gnostische stoornissen ipsilateraal, ... b. centrale parese ipsilateraal, gnostische stoornissen contralateraal, ... | a. centrale parese ipsilateraal, gnostische stoornissen ipsilateraal, vitale stoornissen contralateraal. |
| Een bipolaire stoornis komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. a. Juist b. Onjuist | b. Onjuist |
| Waarom is een nagebootste stoornis vaak lastig? a. Er zijn geen duidelijke criteria b. Behandelaars zijn vaak onbekend met de diagnose en er rust een zeker taboe op het verdenken van patiënten van bedrog c. Deze patiënten gaan niet naar een arts | b. Behandelaars zijn vaak onbekend met de diagnose en er rust een zeker taboe op het verdenken van patiënten van bedrog |
| Waar lijken de symptomen van benzodiazepinen op? a. Cannabis b. Cocaïne c. Heroïne d. Alcohol | d. Alcohol |
| Welke stelling is waar? c. Polyneuropathie is een asymmetrische aandoening van vooral distale delen van de perifere zenuwen. d. Polyneuropathie is een symmetrische aandoening van vooral distale delen van de perifere zenuwen. | d. Polyneuropathie is een symmetrische aandoening van vooral distale delen van de perifere zenuwen. |
| Pijn lage rug. Straalt uit rechterbeen. Laseque positief. R-voetheffer moeilijk. Sensibiliteit buitenkant onderbeen -. KPR en APR gb. WD? a. Hernia nuclei pulposi met beklemming van L4 b. Hernia nuclei pulposi met beklemming van L5 | b. Hernia nuclei pulposi met beklemming van L5 |
| Ieder oog wordt door zes spieren bestuurd, als de nervus III uitvalt is er sprake van: b. divergentiezwakte, met gekruiste dubbelbeelden c. convergentiezwakte, met ongekruiste dubbelbeelden d. convergentiezwakte, met gekruiste dubbelbeelden | d. convergentiezwakte, met gekruiste dubbelbeelden |
| 58-j man. R.-oog niet goed dicht, R.-oogbol draait omhoog. R.-mondhoek hangt, speeksel loopt eruit. Waarschijnlijk: a. een perifere aangezichtsverlamming links b. een centrale aangezichtsverlamming rechts c. een perifere aangezichtsverlamming rechts | c. een perifere aangezichtsverlamming rechts |
| Herpes simplex keratitis is over het algemeen erg pijnlijk. a. Juist b. Onjuist | a. Juist |
| pt. Trendelenburg: De linkerbil zakt. Wat is juist? a. Er is sprake van verzwakking van de rechterheupabductoren. b. Er is sprake van verzwakking van de linkerheupabductoren. c. Er is sprake van verzwakking van de rechterheupadductoren. | a. Er is sprake van verzwakking van de rechterheupabductoren. |
| Stelling: Bij de Ziekte van Parkinson is er met name sprake van een intentietremor. a. Waar b. Niet waar | b. Niet waar |
| Onder T10: L-been: kop-punt discriminatie -; R-been: watje - en is verlamd. a. de t. spinothalamicus op ruggenmerg niveau kruist EN de achterst. pas hogerop kruisen b. de t. spinothalamicus hogerop kruist EN de achterst. kruisen op ruggenmerg niveau | a. de t. spinothalamicus op ruggenmerg niveau kruist EN de achterst. pas hogerop kruisen |