click below
click below
Normal Size Small Size show me how
Heelkunde Mei 2016
Vragen blok Heelkunde M1 Groningen Mei 2016
| Question | Answer |
|---|---|
| Hoeveel kans heeft een claudicant binnen 10 jaar op een amputatie | 10% (2-5%) |
| AAA opereren vanaf .. CM | 6 cm (5,5 cm) |
| Hoe lang duurt het voor dat een DVT leidt tot veneuze insufficientie? | Enkele jaren |
| Waarop kan een acute arteriele afsluiting van een been lijken? | Verlamming (niet erysipelas of trombose been) |
| In welke arterie komen aneurysmata het MINST voor? | arteria illiaca externa |
| In welke arterie komen aneurysmata het MEEST voor? | arteria poplitea |
| Welk bloedvat kruist ventraal de linker vena renalis? | De arteria mesenterica superior |
| Patiënt met ulcus op de mediale malleolus waarschijnlijk veroorzaakt door: | Veneuze insufficiëntie |
| Ulcus op metatarsalephalange | Neuropatisch |
| Patiënt met Fontaine stadium 2 heeft last na het lopen van 100 meter. Wat is nu te doen? | Looptraining |
| SMA geeft bloedvoorziening voor: | deel van pancreas, jejunum, ileum, colon ascendens en transversum. (vnl. dunne darm, colon ascendens en transversum) |
| IMA geeft bloedvoorziening voor: | vanaf flexura splenica tot rectum. Colon descendes, sigmoïd, en bovenste deel van de rectum. |
| Trombose SMA veroorzaakt door: | Wordt met name gezien ij cardiale problemen zoals atriumfibrilleren, kleplijden. |
| Complicaties na een carotis operatie hangen vooral af van | cardiovasculaire lijden voor de operatie |
| Meest voorkomende oorzaak van oedeem aan het been | veneuze insufficientie |
| Vijf p's van een acute arteriele afsluiting | Pain, pallor, pulselesesness, paralysis, paresthesia |
| Acute arteriële afsluiting kan door arteriële trombus of embolie. Welke geeft meer klachten? | Embolie. (trombus pre existente lokale vaatafwijkingen) |
| 1ste keus onderzoek om een stenose in de a. carotis te diagnosticeren is een carotis angiografie | onjuist |
| De cerebrale bleoedstroom neem kritisch af als een stenose in de a. carotis het lumen vernauwt met meer dan | 70% |
| Welke van onderstaande bloedvaten is het meest gevoelig voor occlusie? A. truncus coeliacus B. arteria mesenterica superior C. arteria mesenterica inferior | B. arteria mesenterica superior |
| Na een DVT onbehandled krijgt 25% een posttrombotissche syndroom (PTS) | Juist |
| Stollingsfactoren die afhankelijk zijn van vit K | 2, 7, 9, 10 |
| De test van Buerger | Arteriële insufficiëntie |
| Wat past bij arteriële insufficiëntie | Bij optillen van de voet wordt deze wit, bij afhangen rood |
| Patiënt komt met erectieklachen en heeft geen pulsaties in zijn liezen. Welk syndroom? | Syndroom van Leriche. Afsluiting van de aorta op de overgang van abdominale naar common iliac arterie. |
| Wat is geen risicofactor voor het optreden van DVT en PE? a. leeftijd b. zwangerschap c. hypertensie, d kanker e proteine c deficientie | C |
| De luidheid van een carotissouflfle zegt iets over de grote van de stenose | onjuist |
| Gramnegatieve bacterie? a. E. coli b. Clostridium c. Listeria d. Stafylokok | A. Clostridium, listeria en stafylokok zijn grampositief |
| Beste behandeling voor stafylokok aureus | Flucloxacilline |
| Wat wordt niet veroorzaakt door stap. Aureus? a. furunkel b karbunkel c erysipelas d impetigo | Erysipelas. Klassiek veroorzaak door streptococcus pyogenes. Impetigo = krentenbaard. |
| Bij een punctie uit een abce vind je een bepaald soort cellen: a. macrofagen, b-cellen c lymfocyten d granulocyten e. neutrofielen | A. Macrofagen |
| Welke bacteria is niet gevoelig voor peniciline? a. gram - b gram + | Gram - |
| Tot welke groep antibioticum behoren gentamycine en tobramycine? | aminoglycosiden |
| Welke type bacterie heeft een membraan dat primai bestaat uit LPS? | Gram negatieve bacteriën |
| Secundaire peritonitis: welke bacterie wordt gekweekt? | Enterokokken species (e. coli is hier een vorm van) |
| Er is sprake van een erysiperlas: wat is de behandeling? a. benzulpenicilline b flucloxacilline | Eysiperlas eerste keus benzylpenicilline. (bij allergie erytromycine) Bij cellulitis verdient flucolacilline de voorkeur. |
| Wonddehiscentie is: | Uit elkaar gaan van de naden |
| als .. procent van de huid verbrand is het je een grote kans op hypovolemie | 15% |
| gele wond behandeling | gele wond: reinigen zwarte wond: débridement rode wond: beschermen |
| barstwond, wat doe je? | debridement en approximerende hechtingen |
| Welk absorberend verband is het goedkoopst? | steriele gazen |
| welk verband kan het meest absorberen | hydrofiber (aquacel) |
| Wat vertraagd wondgenezing het meest? a. RA b. vit C c. hyperaemie d. oudere leeftijd | Reumatoide artritis ivm cortico gebruik |
| welke bacterie loopt men het vaakst op in het ziekenhuis? | gramnegatieve bacteriën |
| aminoglycoside werkt NIET voor | anaerobe bacteriën |
| wat zorgt voor diepere verbranding? water of vet | water |
| wat is het percentage wondinfecties na een colonoperatie? | 10% |
| onderzoek eerste keus bij een geperforeerd ulcus | x-abdomen |
| meest voorkomende oorzaak van een dikkedarm obstructie | carcinoom |
| wat is het beste onderzoek bij een verdenking op gestranguleerde darm | x-boz |
| Hoe stel je diagnose strangulatie | laparatomie |
| wat doe je bij een zwangere 16 weken met een verdenking op een appendicitis acuta? | diagnostische laparoscopie |
| oorzaak appendicitis | lumenobstructie |
| Wat is tenesmus? | Pijnlijke aandrang/aandrang na ontlasting. I een pijnlijke aandrang tot defeceren of urineren met kramp van de sfincter en bemoilijkte defecatie of urinelozing. |
| Waarbij heb je druk en loslaatpijn? | Parietale pijn |
| Na pancreatitis blijven vaak restverschijnselen over zoals DM? | Niet waar |
| vocht bij necrotiserende pancreatitis, wat is het beleid? | drainage en necrose verwijderen |
| Meest voorkomende galstenen in de westerse wereld? | Cholesterolgalstenen (75%) de overige 25% pigmentstenen. |
| Bij een geincarcereerde breuk is de breukinhoud | Niet reponibel |
| Bloeding ter hoogte van ligament van Treitz kan leiden tot | haematemesis en melaena (ligament van Treits verbinding tussen middenrif en overgang duodenum/jejunum) |
| Syndroom van Boerhaave ? | Perforatie van de slokdarm door braken. Het is een spontane, atraumatische complete slokdarm ruptuur vaak na overmatig alcoholgebruik. |
| Hoe heet de weefsellaag me tde bloed en lymfevaten va de darmen? | Mesenterium |
| Welk van deze symptomen hoort niet bij divertikel ziekte? a. Helderrood bloedverlies per anum b. overmatige flatulentie c. pneumaturie (fistelvorming met de blaas) d. dikke darm obstructie | B hoort er niet bij. |
| Waarbij vaakst bloedverlies per anum zonder klachten? a. volvulus b. divertikels c. carcinoom | carcinoom |
| Welk van onderstaande structuren loopt in het lieskanaal van de vrouw? a. Nervus illio-inguinalis b tuba uterina c. ductus deferens d. ligamentum falciforme | A. |
| Door welke structuur gaat een mediane laparatomie? | Door de linea alba |
| waar komt diverticulose het meest voor? | in het colon sigmoideum |
| in welke leeftijdscategorie komt appendicitis het meest voor? | 8-14 jaar |
| voorkeursbehandeling van een groot-abdominaal abces? | drainage via echogeleide punctie |
| wat zorgt voor een kloppende buikpijn? | appendicitis |
| wat voor een borende buikpijn? | ulcus pepticum |
| ulcus perforatie: wat past daar niet bij? a. leverdemping b. vagale prikkeling c. druk-loslaatpijn | a. leverdemping |
| welke kenmerken zie je wel bij m. Crohn en niet bij C. ulcerosa? a. stukken niet aangedane darm tussen 2 stukken b. orale ulcers c. anorexie | a. skipleasies Beide hebben wel orale ulcera. |
| Wanneer is een hartmann procedure geindiceerd? | Diverticulitis (ook bij coloncarcinoom) |
| Teken van courvoisier? | Pijnloze icterus met weerstand in de bovenbuik. (vergrote galblaas) |
| ligament hepatoduodenale | ductus choledochus, vena porta en arteria hepatica |
| waardoor worden veel perianale abcessen gevormd? | ontsteking kliertjes linea dentata |
| voorkeurshouding bij pancreatitis? | voorovergebogen |
| meest voorkomende oorzaak van een dunne darm ileus? | streng. Ten gevolge van een postoperatieve adhesievorming. |
| Een zwelling in de lies a. bakerse cyste b. hernia c. vergrote lymfeklier d. hernia inguinalis | D een zwelling in de lies is een breuk tenzij een andere diagnose wordt gesteld. |
| welk deel van het duodenum bevindt zich intraperitoneaal a. pars superior b. pars descendens c. pars horizontalis d. pars ascendens | pars superior (de rest ligt retroperitoneaal) |
| vrouw met constante ondraaglijke pijn anaal. nog geen ontlasting gehad. a. getrombotiseerd hemorroid b. fissuur c. fistel | a. Fissur: hevige pijn tijdens en an de stoelgang. verdwijnt binnen enkele minuten Fistel: periodiek optredende pijn voor bij zitten. |
| Een rode pijnlijke zwelling in de bilspleet is het meest waarschijnlijk | Sinus pilonidalis (haarnestcyste) |
| Waardoor wordt een beginnede acute pancreatitis door gekenmerkt | Bewegingsdrang |
| Wat is de behandeling van sigmoid volvulus | tube inbrengen en desoufflatie |
| Wat is minst voorkomende complicatie van diverticulitis? a. bloeding b. abces c. fistel d. perforatie | Bloeding |
| Bij een hernia inguinalis, bij welke soort is er eerder sprake van strangulatie? | Indirect (laterale, congenitale liesbreuk) |
| Appendicitis komt minder vaak voor bij zwangere vrouwen dan bij niet zwangere vrouwen | onjuist. de incidentie van appendicitis acuta is bij beide even hoog. |
| Niet ingedaalde testis bij pasgeborenen, wanneer behandelen? | binnen het eerste jaar |
| Diagnostiek bij volvulus? | X-BOZ |
| Bijnieren liggen mediaal van de nieren | onjuist |
| welk van de volgende organen liggen NIET retroperitoneaal a. nieren b. duodenum c. bijnieren d. appendix | appendix |
| Wat is in het bloed verhoogd bij galstenen? a. gamma gt b. af c. LDH d. amylase | AF (&bilirubine) |
| Verschijnselen van pseudomembraneuze colitis? | laaggradige koorts en waterige diarree (soms bloederig) |
| Wat is een ogilvie-syndroom? | Acute pseudoobstructie en dilatatie van het colon ascendens (vooral voorkomend bij oudere pati:enten en psychofarma gebruiken) |
| Teken van grey turner, diagnose? | Pancreatitis (blauwe plekken hematomen in de flanken (tussen de laatste rib en de heup)) |
| welke aandoening van de dikke darm komt het meest voor? a. tumor b. divertikel c. volvulus | divertikel |
| corpus alienum in geslikt geen klachten. beleid? | Afwachten, zijn er wel klachten dan benaderen met een starre scoop. |
| waarbij gebruik je nitroglycerinecreme (isosorbidenitraat/vaatverwijding? a. anale fistel b. haemorrhoid c. anale fissuur d. abces | c. anale fissuur (in de chronische fase verminderen van de functie van interne sfincter, waardoor de rustdruk daalt en het ulcus oode toegenomen bloeddoorstroming kan genezen. |
| Culluns sign echymose rond de navel | pancreatitis (oppervlakkige oedeem en blauwe plekken van het subcutaneuse vet rond de navel) |
| De kans op een acute appendicitis is .. | hoger bij mannen |
| tot de risicofactoren voor cholelithiasis behoort niet: a. vetzucht b. vrouwelijke geslacht c. gebruik van oac d. roken | d roken |
| Tijdens OK blijkt dat de appendix niet ontstoken is --> chirurg haalt hem er toch uit? juiste beslissing? | juist |
| Op een MRI afbeelding zal de kleur van het bot wit zijn | onjuist |
| Meest waarschijnlijke lokalisatie bij niet ingedaalde testis | lieskanaal |
| Waar duidt het teken van chvostek op? a. hyponatriëmie b. hypokaliëmie c. hypocalciëmie d. hypofasfatemie | C. hypocalciëmie symptoom Chvostek: contracties in het gelaat worden opgewkt door te tikken op de n. facialis op de wang vlak voor de uitwendige gehoorgann. |
| welke plexus bevindt/ zich in de submucosa van het spijsverteringskanaal? | Plexus van Meissner lagen van darm: mucosa - submucosa -musculatris - adventitia/serosa plexus submucosis (plexus meissner) plexus myentericus (plexus van auerbach plexus subserosis |
| Sfincter spasme komt voor bij | anaal fissuur |
| Behandeling necrotische pancreas | chirurgisch debridement/drainage |
| pijnlijke gevoelige rode zwelling dichtbij de anale rand | perianaal abces |
| Bij welke electieve ingreep is er geen antibiotische profylaxe geindiceerd? a. oesofagusresectie b. liesbreuk correctie met matje c. cholecystectomie | C. cholecystectomie |
| Epigastrische pijn die verergert bij het eten | Peptische ulcus van de maag. Hongerpijn hoort juist bij peptische ulcus van het duodenum |
| Onderscheiden van colon transversum: | de driehoekige vorm van het colon transversum |
| Wat veroorzaakt empyeem? a. gastritis b. cholecystitis c. prostatitis d. diverticulitis | B cholecystitis kan empyeem van de galblaas veroorzaken. Empyeem in de pleura holtes kan veroorzaakt worden door een pneumonie |
| Postoperatief moet mictie zijn: | 0.5 cc/kg/uur |
| Fistelvorming bij: a. Crohn b. CU c. diverticulose | A. crohn |
| Welk orgaan is het vaakst aangedaan bij een stomp buikletsel? | Milt |
| Invaginatie bij een jong kind heeft vaak een virale oorzaak? | Juist, lymfeklieren in en naast darm zwellen op waardoor darm denkt dat dit darminhoud is en peristalitische bewegingen maakt waardoor invaginatie ontstaat. |
| Welke liesbreuken komen vaker voor bij vrouwen? | Femoraalbreuk |
| Wanneer braakt een patiënt met appendicitis? | in aansluiting op het ontstaan van pijn |
| Wat is de meest voorkomende doortreedplaats voor een hernia inguinalis bij oudere mannen? | b. achterwand (mediale breuk) annulus externus. |
| Wat is de definitie van strangulatie | obstructie met afklemming van de bloedtoevoer |
| Waar komt de laterale rectummusculatuur op uit? a.musculusd piramidalis b. linea alba c linea spigelli lminalis d circularis | c. linea spigelli luminalis. |
| Wat is de kans op een recidief littekenbreuk postoperatief? | 10-20% |
| Rectumcarcinoom Dukes classificatie C wat is 5 jaars overleving? | 50-70%. (Dukes A tot mucosa 90%) (Dukes B tot darmwand 70-90%) (Dukes C 50-70% lymfekliermetastasen)(Dukes D 30-50% Metastase op afstand) |
| Wat is geen indicatie voor behandeling met immuunmodulerende BCG? a. long b. niercel c. blaas | A. longcarcinoom (Vaak bij blaaskanker ook bij sommige subtypen van het niercelcarcinoom) |
| Welke vorm van kanker komt het meeste bij kinderen voor? | Leukemie |
| Regionale perfusie met chemo toegepast?rapie? | a. osteosarcoom. Geisoleerde regionale perfusie/infusie is een behandeling met chemotherapie van ledematen waarin een kwaadaardig gezwel zit. |
| Wanneer hoef je geen rekening te houden met tumorspill? | Dunne naald biopsie |
| Waarbij kun je geen histologisch onderzoek doen? | dunne naald biopsie. (kenmerken zoals infiltratieve groei ontbreken) |
| klier midjugulair vergrootte klier in de hals? | Schildklier |
| Wat is brachytherapie | Inwendige radiotherapie |
| Korte termijncomplicaties van radiotherapie? | Desquamatie (huidafschilfering) |
| Wat is aangewezen beelvormend onderzoek bij verdenking op lymfemetastasen? | PET |
| Hoeveel kans heeft een man gedurende zijn leven om kanker te ontwikkelen? | 40 % ( vrouwen ongeveer 35%) mannen 1. prostaat 2 long 3. darm vrouwen 1. mamma 2. darm 3 long |
| Welk van onderstaande typen metastaseerd het meest efficient? a. colon b. sarcoom c.long | c. long |
| baarmoederuitstrijkje is een voorbeeld van | c. exfoliatieve cytologie |
| metastase in het bot worden vaak pas zichtbaar als tenminste 40% van de klak is verdwenen | juist |
| onder een en-bloc excisie wordt verstaan: | primaire tumor en het regionaal lymfeklierbed |
| bestraling is een goede behandelingsmodaliteit voor: osteosarcoom of ewingsarcoom | ewing sarcoom |
| basisprincipe van brachytherapie | volume-effect |
| Waarin vormen uitzaaiing bij hematogene metastasering bij mammacarcinoom zich vooral? a. hersenen b. huid c. longen d. skelet | D. skelet. (daarnaast ook lever en longen) |
| Wat is geen voorkeursplaat voor metastasen van mammaca? a. skelet b. lever c. longen d. hersenen | D. hersenen |
| Hoe vaak en bij wie wordt een mammografie gedaan? | 1x per 2 jaar bij vrouwen 50-75 jaar |
| Hoeveel nieuwe patiënten met mammacarcinoom per jaar? | ca. 11.000 |
| Erfelijke rol bij mamacarcinoom? percentage? | 5-10% |
| wat bepaalt de indicatie voor radiotherapie bij postoperatieve behandeling van het weke delen sarcoom? | De tumormarge ten opzichte van het circumferentiele sneevlak |
| wat is een blastoom? | Een tumor die lijkt op zich ontwikkelende weefsel. Blastomen zijn tumoren die lijken op zihc ontwikkelend weefsel zoals in een foetus of embryo |
| Hoe kom je er achter of de tumor de primaire kanker is? | Door immunohistochemie (HIC) |
| Tumormarkers testistumoren? | non-seminoom: Beta-HCG aFP en LDH Seminoom: LDH |
| Metastasen in de long geen tumor in de lever. primaire tumor? | Rectum ( kan op de vena cava inferior draineren. Rechtstreeks ipv via het portale systeem |
| Wat voor CT wordt gebruikt bij diagnostiek van levermetastasen? | Spiraal CT |
| Bij een tumor leek bij aanvullend onderzoek geen progressie maar nu ineens toch, hoe kan dat? a. tumorheterogeniteit b. fractionering | a. tumorheterogeniteit |
| bij hoeveel procent van de tumoren wordt de primaire tumor niet gevonden? | 1-5% |
| hoeveel procent van alle kankersoorten samen wordt bepaald door erfelijke aanleg? | 5% |
| Hoeveel patiënten in Nederland met mammacarcinoom is man? | 1 op de 150 patiënten |
| Indien sprake van eczeem zonder palpabele tumor of lymfeklieren kan dat passen bij m. paget? | Juist. Intraductaal mammacarcinoom. Ziet er vaak uit als een eczeem maar reageert niet op de behandeling voor eczeem. |
| Aangewezen methode om levermetastase op te sporen: | CT contrast |
| Adjuvante chemotherapie bij een mammaca met metastase is: | palliatief |
| Fieldblockanasthesie bij: | maligniteit |
| Meest voorkomende kanker | Mamma |
| Welke tumor metastaseert bijna nooit? a. melanoom b. plaveiselcel c. basaalcel | C. Basaalcelcarcinoom |
| Vrouw van boven de 50 knobbel in de borst. Hoe groot is op basis van de leeftijd de kans op een kwaadaardigheid? | 10% |
| Welke leukemie komt het meest voor bij kinderen? | ALL |
| Wat is de minst vaak gedane behandeling bij kanker? a. regionale perfusie b. excisie met ruime marge c. excisie met krappe marge d. radiotherapie | a. regionale perfusie met chemo |
| Booggangen/evenwichtsorganen (halfcirkelvormige organen) bewegen bij: a. hoekversnelling b. stand ten opzichte van zwaartekracht c. lengteversnelling | a. hoekversnelling |
| Hoeveel procent van de mensen met een bellse paralyse herstelt zonder restverschijnselen? | 70% |
| Bij een pancoasttumor is er sprake van heesheid. waar zit deze tumor? a. linker longtop b. rechter longtop | Linker longtop. pancoasttumor--> longtoptumor. De linker n. recurrens is langer aan de linker kant. meer over de longtop heen. |
| Waar kruisen de ademweg en het spijsverteringskanaal? | oropharynx |
| Wat is geen kenmerk van laryngitis subglottica a. hoge koorts b. schorre stem c. blafhoest d. rhinitis | A. hoge koorts |
| kans op blindheid bij bacteriële cellulitis orbita stadium IV | 11-20% |
| kind van 3 jaar, ouders valt op dat het minder hoort, Rinne bdz negatief, weber mediaan, wat is hier aan de hand? | b. otitis media |
| Man met kloppende pijn achter het oog en pussige uitvloed uit de neus. Wat is de beste eerste stap? a. rontgenfoto b. antibiotica c. kweek | B. antibiotica (sprake van een acute etmoiditis. behandeling bestaat uit iv hoog gedoseerde ab en chirurgische drainage) |
| Bij een sinusitis wordt de neusdoorgankelijkheid bevorder met: | Oxymetazoline (neusdruppels: sympathicomimemticum met voornamelijk alpha effect) |
| Iemand met braken en rechtszijdig vallen? welk nystagmus? a. links b. rechts c. links en rechts | a. links. Snelle fase van de nystagmus van het aangedane labyrint af valneiging naar het aangedane labyrint. |
| Wat hoort niet bij Meniere maar wel bij BPPD? a. vertigo b. tinnitus c. canalathiasis | C. canalathiasis |
| Tinnitus komt niet voor BPPD | Juist |
| De ziekte van Meniere | Verergert door psychische stress |
| Iemand heeft last van braken en is misselijk. Er is sprake van: a. ziekte van Meniere b. BPPD c. geen van beide d. allebei is mogelijk | D |
| Hoeveel procent van de kinderen in de leeftijd van 0 - 6 jaar maakt acute otitis media door? | 70% |
| Welk van onderstaande symptomen is een vroeg verschijnsel van neuspoliepen? | a. reukvermindering |
| Hoeveel procent van de Nederlandse bevolking heeft last van allergische rhinitis? | 20-30% |
| Myringitis bullosa --> wat is het beleid? | Oordruppels met lidocaine |
| Door welke zenuw wordt de wurgreflex veroorzaakt? a. n. vagus b. n trigeminus c. n glossopharyngeus d. n hypolglossus | C. n. glossopharyngeus |
| adenoid en keeltonsillen komen zowel t als b lymfocyten voor | a. juist |
| Zenuwen betrokken bij de slikactie zijn: | n. trigeminus n. glossopharyngeus n. vagus |
| Een parese van de nervus larngeus superior | Wordt als klinische diagnose vaak gemist. (geeft meer stemklachen bij hoge tonen, de mobiliteit is ongestoord, voorkeur logopedische behandeling) |
| Labyrintvensterruptuur --> wat voor vocht? | perilymfe uit de cochlea. ten gevolge van intracraniale drukverhoging. |
| de volgorde van de gehoorbeentjes gezien vanaf het trommelvlies | hamer, aambeeld, stijgbeugel (malleus, incus, stapes) |
| Patiënt kan na keelontsteking stemgeluid niet meer terugvinden: | Habituele dysfonie |
| Waar blijft een visgraat niet vastzitten? a. epiglottis b. tongbasis c. valleculae d. tonsillen | a. epiglottis ( scherpe voorwerpen blijven vooral in de tonsillen,d e tongbassi en de valleculae steken) |
| Leukoplakie op de stembanden wijst het vaakst op | maligne ontaarding |
| Het beleid bij een peritonsillaire abces | a. incideren en draineren |
| een synoniem voor de n. recurrens is: | n. laryngeus inferior |
| welke stembandaandoening komt meest voor bij mannen? | stembandpoliep |
| een paralyse van een n. recurrens leidt altijd tot de klacht heesheid | onjuist |
| Welke van de onderstaande stoffen is geen otoxische stof? a. alcohol b. lisdiuretic zoals furosemide c. aminoglycosidenantibiotica zoals gentamicine d. metropolol beta blokkers | d. beta-blokker |
| wanner er een probleem met de gehoorbeentjes is er sprake van gehoorsverlies welk soort | Geleidingsverlies |
| Welke sinus geeft orbitale complicaties | ethmoidalis |
| Door welke zenuw worden de chorda tympani geinnerveerd? | n. facialis |
| bij tinitus en een brughoektumor is er sprake van | schwannoom van n. vestibularis |
| m. tensor tympani wordt geinnerveerd door: | n. trigeminus |
| welke stelling die gaan over de haarcelln in het orgaan van Corti is juist: | de binnenste haarcellen hebben als functie de geluidstrilling te geleiden, de buitenste haarcellen treden op als filter en versterken het geluid |
| Buiging van de haarcel richting de stria in het orgaan van corti zorgt voor hyperpolarisatie? | onjuist. Dit zorgt voor depolarisatie. Wanneer de haarcel in tegenovergestelde richting buigt treedt hyperpolarisatie op |
| hoge frequenties worden hierdoor bij de base waargenomen en lage frequenties aan de apex | juist |
| Luidness recruitment ontstaat door schade aan de buitenste haarcellen in het oorgaan | juist |
| hoge tonen kunnen makkerlijker lage tonen maskeren dan andersom? | onjuist |
| De proef van Rinne zegt niets over het perceptieverlies | Juist |
| Hoevel cupula bevinden zich in het labyrint? | 3 |
| De ziekte van meniere ontstaat door: | Scheurtje in het membraan van Reisner. Hierdoor komen endolymfe en perilymfe bij elkaar. Dit leidt tot vermenging van deze vloeistoffen en kan een aanval geven |
| In welke van de drie semicirculares komen canalolithiasis het meest voor? | Ductus semicirculares posterior |
| Welke zenuw verzorgt de sensibiliteit van de hypopharynx? | n. laryngeus superior |
| Wat is in de normale bevolking de prevalentie van inflammatoire slijmvliespathologie op MRI beelden van de sinussen? | 30% |
| Waar in de neusholten monden de sinussen uit? | Meatus Media |
| Wat is je eerste keuz evoor beeldvormend onderzoek bij een sinusitis maxillaris? | CT |
| Welk orgaan speel geen rol bij het optreden van complicaties bij de bof? a. pancreas b. longen c. testis d. meningen | B. longen |
| In welk van de vijf stadia van orbitale complicaties van sinusitis is de aandoening niet meer eenzijdig? | stadia 5 |
| De n. laryngeus verzorgt de innervatie van de m. cricothyroideus? | juist |
| De kans dat een patiënt met eenn larynxcarcinoom een tweede carcinoom in het hoofd-hals gebied ontwikkelt is 2% per jaar | juist |
| Welke complicaties van sinusitus komen vrijwl nooit bij jonge kinderen ( <5jr) voor? a. bacteriele cellulitis orbita & meningitis b. potts puffy tumor & bacteriele cellulits C. intracraniaal abces & potts puffy tumor d. meningitis & intracrainaal abces | C. Reden ligt in het feit dat bij kinderen de voorhoofdholte nog niet is aangelegd |
| De hals is anatomisch ingedeeld in 6 niveaus Niveau 2 is de bovenst jugulaire lymfegroep. | Juist |
| Welke speeksel klier is bij de bof meestal ontstoken? | Glandula parotidea |
| Hazelip --> waar ligt de oorzaak van haar articulatiestoonis? | Afwijking van een spraakorgaan(dysglossie) |
| Welke acute inflammatoire luchtwegobstructie wordt veroorzaakt door h. influenza | epiglottitis |
| Bij prikkeling van de gehoorgang ontstaat vaak een hoestreflex. via welke zenuw verloopt deze? | Auriculaire tak van de n. vagus |
| Bij een niet-afwijkend spraakaudiogram wordt een 100% foneemscore behaald bij | 45 db |
| Metastasen proximaal sternocleidomastoideus a. nasopharynx b. schildklierca c. lipca | A. nasopharynx (subdigastrisch) --> Schildkliercarcinoom (midjugulair) en Lipcarcinoom (submentaal, submandiblair) |
| Er is een palpable lymfeklier langs het sternocleidmastoideus (midjugulair) waar is de maligniteit a. lip, b. oropharynx/nasopharynx c. schildklier | c. schildklier (voornamelijk metastasen van tumoren van hypopharyn, larynx of schildklier |
| Een larynxca wordt in een vroeg stadium ontdekt, wat voor tumor meest waarschijnlijk? a. glottisch b. subglottisch | a. glottisch --> dit heeft ook de best prognose om dat het al vroeg symptomen geeft als heesheid |
| Een grote meerderheid van de speekselkliertumoren bevindt zich in de glandula parotis | juist (een etiologische factor voor de ontwikkeling van speekselkliertumor is bestraling) |
| Een carcinoom van de larynx is het meest waarschijnlijk | b. planocellulair carcinoom |
| welke speekselklier vrijwel altijd kwaadaardige tumor | b. sublinguaal |
| Zwellig in de mond --> blijkt kwaadaardige tumor in een speekselklier. Welke klier is hier het meest waarschijnlijk aangedaan? | c. glandula submandibularis |
| Maligne melanomen komen zelden voor in: a. het anale kanaal b. orofarynx c. de huid d. de ogen | b. de orofarynx Localisaties melanoom: huid, oog, mond, vulva, anus/rectum |
| Vrouw langdurige klachten van dyspnoe bij lange inspanning. De KNO arts vindt een achterzijde van de tong en rood lijmvlies. Wat is de meest waarschijnlijk oorzaak? | b. gastrofaryngeale reflux |
| Wat is er bij otoscopie te zien als er sprake is van een cholesteatoom? | a. trommelvliesprerforatie met granulatieweefsel |
| Wat is de meest voorkomende afwijking bij jonge vrouwen? | B. stembandknobbel |
| Bij orbitale complicaties van een ethmoiditis is de zwelling meer uitgesproken ter hoogte van a. bovenooglid b. onderooglid | a. bovenooglid |
| BPPD welk halfcirkelvormige kanaal is het meest aangedaan? | a. posterieure halfcirkelvormige kanaal |
| In welke speekselklier komt speekselstenen het meest voor? | b. glandula submandibularis |
| Welke groep wordt het vaakst getroffen door een bellse paralyse? | Mannen tussen 30-40 jaar |
| Wat is het meest voorkomende lokalisatie van het snurkgebied? | c. palatum molle en uvula tegen farynxachterwand |
| wanneer is er sprake van OSAS? | Bij >10 apnoes per uur en >5 desaturaties onder de 90% |
| Hoe wordt de lokalisatie van het snurkgebied vastgesteld? | a. endoscopie met flexibele scoop |
| Welk frequentiegebied wordt door langdurige blootstelling aan lawaai het meest aangedaan? | b. hoge frequenties |
| Iemand heeft vermoedelijk een chronische sinusitis. Welk onderzoek is nu aangewezen? | CT |
| Lawaaidoofheid geeft een dip bij: a. 500 Hz b. 2000 Hz c. 4000 Hz d. 6000 Hz | C. 4000 Hz (een hoogfrequnet perceptief gehoorverlies gemeten) |
| Neuspoliep komt door: a. allergie b. neusbijholtenontsteking | b. neusbijholteontsteking |
| Een vrouw komt bij de KNO-arts met dyspnoe en een globusgevoel. Wat moet de KNO-arts doen? a. doorsturen naar de longarts b. spirometrie c. antibioticum d. flexibele scopie | d. flexibele scopie |
| Behandeling van een stabiele pretrochanterfractuur a. dynamische heupschroef b. drie gecanuleerde pinnen c. elastische heupbandage d. rek-zweefmatje | a. dynamische heupschroef |
| Hoeveel heupfracturen per jaar in Nederland? a. 5.000 b. 10.000 c. 15.000 d. 20.000 | D. 20.000 |
| Welk percentage overlijdt aan heupfractuur binnen 1 jaar? | b. 25% |
| ATLS bij een grote ramp: de mensen met de grootste kans op overlijden worden als eerst behandeld | Onjuist |
| Wie is een universele ontvanger? (bloed) | AB+ (O- universele donor) |
| Meest voorkomende fractuur van de voet? a. talus b. calcaneus c. os naviculare | b. calcaneus (hielbeen) Talus sprongbeen) |
| Wat is er gebroken bij een Jones fractuur | d. Metatarsale 5 (aan de proximale zijde) |
| Welke spier zit aan de dorsale zijde van het onderbeen? | m. soleus |
| Hoeveel handwortelbeentjes zijn er? | 8 scaphoides (bootvormig been), lunatum (maanvormig been), triquetrum (driehoeksbeen), pisiforme (erwtvormig been) trapezium (veelhoekig been), trapezoides (klein veelhoekig been), capitatum, hamatum |
| Hoeveel phalangeal botten? | 14 |
| Neuralgie van Morton zit in de | Voet |
| Wat soort fractuur heeft een skier? | Torsie |
| Bij het verzwikken van de enkel treedt er zelden een ruptuur op van het ligament: | Achterste laterale enkelband |
| Contusie is een gevolg van direct inwerkend geweld | waar |
| Welke band in de enkel is het vaakst aangedaan bij letsel? | Ligamentum talofibulare anterior |
| Welk onderzoek is het minst bijdragen aan een acute knie? | Lichamelijk onderzoek. |
| Vrouw valt van fiets op pols in pronatiestand, wat is letsel? | Distale radius fractuur |
| Behandeling van compartimentsyndroom | 4 loge fasciotomie |
| Meest waarschijnlijke plek van osteoporotische breuk? a. wervel b. collum c. radius distaal | A. Wervel |
| Waar wordt een incisie gemaakt bij uitvoering van een noodtracheotomie? | tussen thyoid en cricoid (membrana cricothyroid) |
| Mechanismen katabole polytraumapatient? Geen: | Insuline secretie toename |
| Tot de reactie op uitgebreide verwondingen wordt gerekend: a. gluconeogenese b. direct verhoogde insuline secretie c. prikkeling van de parasympaticus d. daling van adrenaline | a. gluconeogenese |
| Welke 2 vormen van shock hbben dezelfde pathologie? a. hypovolemische en septische shock b. obstructieve en septische shock c. cardiogene en obstructieve shock d. neurogene en obstructieve shock | c. cardiogene en obstructieve shock |
| Welke vormen van shock hebben dezelfde pathofysiologie? a. neurogene en septische shock b. hypovolemische en septische shock c. obstructieve en eptische shock | a. neurogene en septische shock |
| Verlaagde CVD verlaagde perifere weerstand, verlaagde cardiac output, verlaagde pulmonale wigge druk? a. septische b. mentale c. cardiogene d. hypovolemische | a. septische shock |
| Ophistotonus a. AIDS b. Tetanus | Ophistotonus --> Niet gemakkelijk buigen van hoofd naar voren. B. Tetanus |
| ER is een avitaminose, welke vitamine is dat? a. A b. D c. K d. C | C.K a--> droge ogen en nachtblindheid B12 --> anemie c --> scheurbuik d --> rickets ziekte, zachte botten vit K verstoorde stolling. |
| Mechanisme achter astma cardiale? | Bronchus oedeem |
| De FEV1 is normaal, de TLC is afgenomen en de expiratoire flow is normaal. Van welke soort aandoening ? a. obstructief b. restrictief | B. Restrictief Ob : TLC vergroot, FEV1 verlaagd FEV1/FVC ratio daalt Restrictief: FEV1 en FVC in dezelfde mate verlaagt, FEV1/FVC ratio geljik. TLC afgenomen. |
| Beleid longempyeem: | Behandeld worden met een thoraxdrain en/of door drainage van de empyeemholte |
| Hoe kan men de verdenking op een longembolie bevestigen? a. CT b. D-dimeer c. X-thorax | a. CT |
| Wat past bij longoedeem? a. hypertensie b. basale crepitaites | b. basale crepitaties |
| Geaspireerde effusie is helder heeft een proteinegehalte van 2,4 g/dL. Wat is de meest voor de hand liggende oorzaak? a. infectie b. pancreatitis c. maligniteit d. hartfalen | D. hartfalen. Transudaat <30 g/dl Excudaat >30 g/dl. Excudaat past bij maligniteit en infectie |
| Atlectatse in de linker long. Om de ventilatie en perfusie te bevorderen kan de patient het best: a. op de linker zij gaan liggen b. op de rechter zij gaan liggen c. op zijn rug d. op zijn buik | B. op de rechter zij gaan liggen. |
| Waar kan een thoraxdrain voor de behandeling van een spontane pneumothorax het best worden ingebracht? | D. vlakbij de longtop --> Drainage wordt in eerste instantie in de tweede intercostale ruimte --> later in 5de |
| Plaatje van een witte rechter long --> wat is de behandeling? a. antibiotica b. thoraxdrain | b. thoraxdrain (empyeem) |
| Plaatje van een wit kwabje/stukje witte long aan de rechterkant onderin de long a. atelectase rechts b. pneumonie | b. pneumonie. |
| Welke borstafwijking komt voor bij een mannelijke nederlandse olympisch kampioen zwemmen? (Pieter van den Hoogenband) a. kippenborst b. pec excavatum | b. pectus excavatum |
| Ernst van beloop van congenitale hernia diafragmatic is afhankelijk van: a. mate van longhypoplasie b. darmstrangulatie c. lokalisatie van de hernie | a. mate van longhypoplasie |
| Vrouw betrokken bij frontale autobotsing, nu op CSO lage bloeddruk en longcrepitaites, en ribbreuken wat is meest waarschijnlijk. a. heamatothorax b. pneumothorax c. longcontusie | c. longcontusie |
| Beste behandeling van atelectase: a. fysiotherapie liggend op de gezonde zijde b. drain | A. fysiotherapie liggend op gezonde zijde |
| Een patiënt is accuut benauwd geworden. Bij auscultatie van de longen wordt er pleurawrijven gehoord. Dit pleit het meest voor a. pneumothorx b. pneumonie c. corpus alienum d. longembolie | d. longembolie Pleurawrijven is pathognomisch voor longembolie |
| De term aansprakelijkheid is synoniem voor professionele verantwoordelijkheid? | Onjuist |
| Er zitten juridische gevolgen aan een tuchtrechtelijke waarschuwing? | a. juist b. onjuist |
| van alle mensen met h. pylori krijgt 50% een ulcus pepticum? | onjuist |
| Wat is de meet waarschijnlijke oorzaak van een dunne darm obstructie? a. tumor b. bride c. liesbreuk | b. bride (een streng ten gevolge van postoperatieve adhesievorming) |
| Welke aandoening van de dikke darm komt het meeste voor? a. tumor b divertikel c. volvollus | b. divertikel |
| Welke buikspier wordt niet doorgesneden bij een wisselsende operatie voor appendicitis? a. m. obliquus externius b. m. transversus c. m. rectus d. m. obliquus internus | c. m rectus |
| Wanneer hoor je geen darmgeluiden: a. mechanische ileus b. paralytische ileus | b. paralytische ileus |
| Welke antibiotica is eerste keus bij een ongecompliceerde uwi? a. trimetoprim b. cefotaxim c. gentamycine | b. cefotaxim --> 1e keus normaal nitrofuantoine |
| Waarbij zie je een pendelend mediastium? a. open pneumothorax b. spannigspneumothorax | a. open pneumothorax |
| Wat is kenmerkend voor een spanningspneumothorax? | hypotensie + gestuwde halsvenen + verminderd ademgeruis ipsilaterale zijde |
| Wat is een hernia cicatricalis? | Littekenbreuk |
| welke bacterie is de meest waarschijnlijke veroorzaker van een infectie van een katheter? | staphylokokken |
| Wat is het percentage wondinfecties na een coloperatie? | 15% |
| Wat is de recidiefkans voor approximerende hechtingen na een littekenbreuk? | 30-50% |
| Welk symptoom pas bij thyreotoxicose? a. obstipatie b. gewichtstoename c. inertie d. nervositeit | nervositeit |
| Welke heupfixatie is intramedullair? a. dynamische heupschroef b. glijdende heupschroef c. kop-hals d. intramedullaire pen met daardoorheen glijdende heupschroeven | d. |
| Is de directeur tuchtrechtelijk aansprakelijk indien er onvoldoende beleid was van onderhoud van de apparatuur? | Onjuist |
| Tuchtcollege geeft waarschuwing aan een hulpverlener dit heeft echter geen juridische consequenties voor deze hulpverlener? | Onjuist |
| Welke metastasen komen het minst voor bij mammacarcinoom? a. pancreas b. hersenen | A. pancreas |
| Bij appendicitis is er in de meeste gevallen spraeke van een stille buik | onjuist |
| Foto van laparotomie stukken zwarte darm. Wat is hier te zien? a. ischemie dunne darm b. mesenteriaal trombose c. necrose colon d. ziekte van crohn | b. mesenteriaal trombose |
| Secundaire peritonitis: welke bacterie wordt gekweekt? | d. escheria coli |
| Wat hoor je bij longoedeem bij auscultatie? a. pleurawrijven b. basaal crepiteren c. ronchi | b. basaal crepiteren |
| Pt heeft last van Claudicatio Intermittens daarnaast van incontinentie. Ook heeft patiënt koude handen en voeten waar past dit het beste bij? a. fontaine b. leriche | b. leriche. Leriche syndrome is the triad of claudication absent or diminshed femoral pulses and erectile dysfunction. |
| Bij mannen komt de volgende breuk het meest voor: a. laterale breuk b. mediale breuk | b. mediale breuk |
| Wat is de minst vaak voorkomend bij diverticulose? a. fisteling b. bloeding | b. bloeding |
| Lawaai doofheid geeft verlies van a. lage frequenties b. hoge frequenties | b. hoge frequenties. Gehoorsverlies van vooral de hoge tonen en oorsuizen. Bij toonaudiometrie wordt een dieptepunt van de diip gemeten bij 4000 hz. |
| Vraag over collectieve aansprakelijkheid / tuchtrecht; collectieve veroordeling ook mogelijk? a. juist b. onjuist | a. juist |
| Van welke zenuw maakt de chorda tympani deel uit | n. facialis |
| Welk percentage van de 55+ overlijdt binnen een jaar na een collumfractuur? | 30% |
| Hoeveel % volvolus recidiveert na behnadeling met endoscopiet met dosufflatie? | >50% |
| Hoe lang mag otrivin gebruikt worden? a. week b. 7-14 dagen c. 14-21 dagen | a. week |
| Ziekte van lyme kent vele symptomen, ook op KNO gebied. Deze zijn onder andere: | n. facialisparese + lymfomen |
| Waat zitten geen villi? a. duodenum b. jejunum c. colon d. ileum | C. colon. De vili zorgen voor oppervlakte vergroting en extramotiilieit. Deze zijn dan dus ook gesitueerd in duodenum, jejunum en ileum. |
| schimmels zijn prokaryoot a. juist b. onjuist | b. onjuist Eukaryoot cel welke en celkern bevat Prokaryoot cel geen celkern. Schimmels bevatten ene celkern. |
| Wat zit er niet in de slokdarm? a. serosa b. mucosa c. muscularis d. submucosa | a. serosa |
| Zweepslag is: | Verscheuring van of scheurtje in spier m. gastrocnemicus |
| Hoog risico prikaccident: a. prikaccident dmv vingerprik b. spatten bloed op schaafwond c. intramusculair | a. prikaccident dmv vingerprik |
| Rubor & Calor door: a. excudatie b. proliferatie c. hyperemie | c. hyperemie |
| Hongeroedeem komt door tekort aan: a. eiwitten b. koolhydraten c. vit C | a. eiwitten Kwashiorkhor |
| Botvorming verloopt: a. kraakbenig collum - plexiform - lemellair b. kraakbenig collum - lamellair plexiform c. lamellair - plexiform - kraakbenig collum | a. kraakbenig collum - plexiform - lamellair |
| Hyeraldesteronisme a. adenoom hypothalamus b. adenoom hypofyse c. adenoom bijnier | c. adenoom bijnier |
| Intrinsic Factor waar wordt dit geproduceerd? a. maag b. ileum c. pancreas | a. maag |
| Symptomen bij ziekte v. lyme a. vertigo b. facialisparese | b. facialisparese |
| Functie omentum majus a. darmwerking b. sappen c. voedingsstoffen naar GI d. tegengaan verspreiding infectie | d. tegengaan verspreiding infectie |
| Parasiet is die eencellig of meercellig? | Allebei. |
| Hoeveel procent van de maagulcers wordt veroorzaakt door H. pylori? | 95% |
| Wat is een normale E/A index? | normaal is een ratio van 0.9-1.3. 0.9 is suggestief voor occlussie. van 0.4 tot 0.9 claudicatie en tekenen van ischemi. onder 0.4 ulceraties, pijn in rust gangreen |
| Meest voorkomende kanker bij de man a. prostaat b. darm c. long d. pancreas | a prostaat |
| Pylorus hypertrofie heeft een genetische component a. juist b. onjuist | a. juist |
| Wat is amaurosis fugax? | Voorbijgaande blindheid |
| Wat is de kans op besmetting bij een percutane prikaccident bij een patient met hiv? a. 10% b. 3% c 0.3% d. 30% | C 0.3% |
| Zwelling in scrotum, niet diafeen. Wat is het? a. hydrokele b. liesbreuk | b. liesbreuk |
| Wat is een Monteggia fractuur a. ulna luxatie, radius fractuur b. ulna fractuur, radius luxatie | b. ulna fractuur en radius luxatie |
| Man met TIA in carotis waardoor rechts krachtsverlies arm en spraakproblmen. Waar symptomatisch behandelen? a. carotis sinistra b carotis dextra c. bijn | Carotis sinistra |
| Waar zit de plexus van Meissner in de darmwand? a mucosa b. serosa c. submucosa d m. rpopria | c. submucosa |
| Wat veroorzaakt gasgangreen? a. staph. aureus b. clostridium c. pseudomonas | b. clostridium |
| Tijdens meten E/A index geen afwijking in rust te vinden. Bij inspanning daalt de E/ index met 0.2 is deze daling significant om te behandelen? | Juist! Bij een daling van e/a index >014 in vergelijking met rust is er sprake van een significante obstructie |
| Waarom wordt bij een porseleinen galblaas de galblaas verwijderd? a. risico op galstneen b. risico op maligne ontaarding | b. risico op maligne ontaarding |
| Wat is de binnenste laag van de oesofagus? a. mucossa b. serosa c. submucosa d. m propria | a. mucosa |
| Het ligamentum teres hepatis bij de lever is een overblijfseluit a. vena umblicalis b. arteria umbilicalis c. ductus umbilicalis | A. vena umbilicalis |
| Waar mond de ductus nasolacrimalis in uit? a. choncha nasalis inferior b. nasalis superior | a. nasalis inferior onderste neusschelp |
| Wat gebeurt er met de EAI bij een obstructie van de a. rachialis beiderzijds? | hoger |
| Wat is geen gramnegatieve bacterie? a. salmonella b. clostridium c. e. coli d. legionella | B. clostridium |
| Welke kleur heeft de huid bij de ziekte va Raynaud: a. wit blauw rood b. rood blauw wit c. blauw wit rood | A. wit blauw rood |
| Wat gebeurt er met de druk in het binnenoor bij afsluiting van de buis van eustachius? a. hoger b. lager | Lager in afgesloten lichaamsholte wordt lucht geresorbeerd dus druk wordt lager |
| Waar mond de buis van Eustachius uit? a. nasofarynx b. orofarynx c. hypofarynx | a. nasofarynx |
| Wat is de meest sensitieve en specifieke behandeling bij het aantonen van appendicitis? a. echo b. CT c x-boz | b. CT X-boz voegt helemaal niets toe. Echo is wel betrouwbaar maar afhankelijk van karakteristieken van de patiënt en ervaring van de onderzoeker. |
| Patiënt met zwarte galstenen. Wat is de oorzaak van deze stenen? a. crohn b. cu c. hemolyse d. hypercholeterolemie | c. hemolyse |
| Wat is waar over een ingeklemde liesbreuk? a. indicatie voor een spoed OK b. je mag na OK niets tellen | a. indicatie voor een spoed OK |
| Hoe kan je onderscheid maken tussen een mediale en een laterale liesbreuk? a. lig. van poupart b. epigastrische vaten c. rectus femoris | b. epigastrische vaten |
| Waar zitten varices het vaakst a. antero lateraal b. antero mediaal c. postero mediaal d. postero lateraal | B. VSM antero mediaal (d postero leteraal VSP) |
| Welk symptoom past niet bij galsteenlijden? a. zuurbranden b. misselijkheid c. braken d. koliekpijn | c. braken |
| Audiogram met dip op 4000 hz a. lawaaidoofheid b. perceptieverlies c. geledingsverlies | a. lawaaidoofheid |
| Zwelling van het scrotum van een kind. Met licht door te schijnen. Niet reponeerbaar. a. liesbreuk b. hydrokele c. communcerende hydrokele | b. hydrokele |
| Waar komen de anale fissuren het vaakste voor: a achterkant b voorkant c lateraal | meestal in de achterste comissuur |
| Wat past niet bij de triade van virchov bij DVT? a. stase b. hypercoagulatie c. hypertensie d. epitheelschade | c. hypertensie |
| Een patiënt kan op de wc na de ontlasting de hemorroidenterug duwen maar ze komen er gelijk weer uit. Welk stadium is dit? | IV |
| Wat is er niet juist bij een compartimentsyndroom? a. geen pulsaties b. pijn bij spierrekking c. paresthesie d. spierzwakte | a. geen pulsaties Het meest betrouwbaar zijn de eerste twee P's de pijn en de tintelingen |
| Welke maligniteit ontstaat vanuit epitheelweefsel a. blastoom b. adenoom c. sarcoom d. kiemcel | b. adenoom |
| Welk orgaan ligt niet retroperitoneaal? a. jejunum b. colon c. duodenum | a. jejunum |
| welk orgaan ligt retroperitoneaal? a. pancreas b. milt c. lever d.alles | a. pancreas |
| wat is de cochlea | binnenoor |
| Geven subglottisch en supraglottische maligniteiten over het algemeen symptomen? | Juist |
| Waar komt de stapes tegenaan? a. ovale venster b. ronde venster | a. ovale venster |
| Wat doe je bij verdenking strangulatie?l a. ct b. xboz c. mri | b. xboz |
| Verwekker van laryngitis subglottica? a. haeminfluenza B b. respiratoir syncitieel virus (RS) | B. rs virus |
| Wat is de eerste symptoom van een coloncarcinoom in het colon ascendes? a. obstipatie b. helderrood bloedverlies c. anemie | c. anemie |
| Welke oorzaak kan er ten grondslag liggen aan neuspoliepen? a. rhinosinusitis en allergische rhinitis b. rhinosinusitis c. allergische rhinitis d. geen van beiden | b. rhinosinusitis |
| Patiënt heeft door maagresectie geen productie IF . Welk soort vitaminetekort? a. k b. vit c c B12 | B12 |
| Wat wordt als late complicatie van chemotherapie gezien? a. alopecia b. ulcera mond c. misselijkheid d. myocardie | d. myocardie |
| Waar komen ulcera van de maag t.g.v. h pylori infectie het vaakste voor? | antrum |
| Hoeveel procent van de maagzweren komt door h. pylori infectie? a. 95 b. 85 c. 55 d. 75 | A. 95% |
| Waar komt de ziekte van Crohn het meest voor? a. terminale ileum b. sigmoid | a. terminale ileum |
| IF zorgt voor opname van: a. vit B12 b. foliumzuur | Vit B12 |
| Antibiotica na brandwonden tegen | e. coli & auriginea |
| Incissie bij mcburney wat kom je achtereen volgens tegen | Huid fascie externus internus transversus peritoneum |
| Schildlkier solitaire nodus kans op maligne ontaarding a. 0.1% b. 1% c. 10% | c. 10% |
| Papil van vater mondt uit in het : | Duodenum descendes |
| Welk van de volgende bacteriën is gram +? listeria salmonella klebsiella e coli | Listeria |
| Maamacarcinoom vaakst gelokaliseerd? | Laterale bovenkwadrant |
| Onderzoek venen: a. CT-angio b. Duplex | b. Duplex |
| Behandeling perianaal abces: | Lokale aneasthesie + incisie en drainage en geen hechtingen |
| Zenuwen proximaal in arm lopen: a. mediaal b. lateraal | a. mediaal |
| m. biceps femoris | retroflexie heup |
| Wat is een cruris fractuur? | Breuk in tibia en fibula |
| Hypothyreoidie kan leiden tot hypotensie: a. juist b. onjuist | onjuist |
| Lichtenstein | Plastic matje |
| Should ice plastiek | zonder kunststof |
| waar komen ulcus bij een veneus probleem het meest voor | mediaal onderbeen |
| jongen met sinds half uur extreme pijn in testis en onderbuik 1. testis rood en gezwollen wat te doen? | a. uroloog erbij halen. (torsio testis?) |
| Wat hoor niet bij de 4 meest voorkomende schildkliercarcinomen? annulair folliculair papillair | annulair |
| Wat is het beleid bij een otitis media bij kinderen? | Alleen neusspray en paracetamol tenzij complicaties optreden |
| Kind 3 jaar oud hoort minder .Rinne beiderzijds positief weber is mediaal oorzaak? a. otitis media b. congenitaal gehoorsverlies c. lawaaitrauma | a. otitis edia |
| Welke spier loopt wel door het lieskanaal? | m. obliquus internus |
| Wat is een meckels divertikel? | Een uitstulping vna het terminale ileum als overblijfsel uit embryonale ontwikkeling |
| Hoelang werkt tetanus 100%? | 10 jaar |
| Uit hoeveel compartimenten bestaat het onderbeen? a. 2 b. 3 c. 4 d. 5 | c. 4 |
| Welke antibiotica zorgt voor nier en gehoorsschade? | Aminoglycosiden |
| wat bevind zich niet in het lieskanaal? a. fascia transversalis b. m. obliquus internus c. m. transversus | c. transversus |
| Wat zorgt voor een slechte genezing van een fractuur? a. open fractuur zonder fractuurhematoom b. granulatieweefsel c. microbewegingen | c. micrbewegingen |
| welke aandoening bij verdenking verhoogde spanning van interne anale sfincter? | Fissuur |
| wisselsnede gaat door welke laag? m. pectoralis major b. m. rectus abdominis c. m. transversalis | m. transversalis |
| Waar heb je de meeste kans op bij een parathyreoidectomie | b. heesheid |
| Buikwand van binnen naar buiten | peritoneum m. transversus m obliquus internes m. obiquus extern |
| arteria dorsalis pedis is een verlenging van | a. tibialis anterior |
| larynxcarcinoom wat voor soort kanker?a. plaveisel b. sarcoom c. adnoom | plaveisel |
| hoe dient een fractuur van het olecranon behndeld te worden? | conservatief? |
| Hoe lang dient een fractuur van de humerus in het gips te zitten? | 6 weken |
| Foramen epiploicum is: | verbinding bursa omentalis met peritoneumholte |
| wat is een ontsteking met pusvorming in een niet gepreforreerde holte? empyeem abces infiltraat cyste | abces |
| blefaritis, veroorzaakt door? | s. aureus (oograndontsteking) |
| waarmee kan je een cerumenprop verweken? a. kraanwater b. zonnebrandolie c. hypotone zoutoplossing d. azijn | a. kraanwater |
| Bij hoe veel decibel ligt de pijngrens? | 120 dB |
| Wat mag j absoluut niet doen met een geperforeerd trommelvlies? a. niezen b. douchen c. vliegen d. duiken | d. duiken |
| Wat zijn de meest voorkomende symptomen van diverticulose? a. obstipatie en diarree b. bloed bij de ontlasting c. darmperforatie | a. obstipatie en diarree |
| Wat is bij onderstaande vaten de juiste volgorde van lateraal naar mediaal | a. v. parva v. perforantes v. femoralis |
| Horen smaakpapillen dorsaal op de tong bij de farynx? a. juist b. onjuist | a. juist |
| Welk medicijn kan pancreatitis veroorzaken a. azatioprine b furosemide c omeprazol d penicilline | a. azatioprine (oestrogens, corticosteroids, didanosine) |
| Pijnlijke borsten premenstrueel gaat over na menstruatie: sluit dit mammaca uit? | onjuist |
| Op welke leeftijd is mammografie het meeste sensitief? a. vrouwen >50 b. vrouwen <50 | a. vrouwen >50 |
| Val van fiets met arm in pronatie, wat voor breuk? | distale radius fractuur |
| waar hecht je met intra cutane hectingen? | lederhuid |
| Wat veroorzaakt granulamatoze infectie | Myobacterieen |
| Hoeveel kan om in je leven kanker te krijgen? | 30% |
| Meest voorkomende locatie van een fistel bij een een oesofagusatresie? a. distaal b. proximaal c. occulte schiis d. geen fistel | A. distaal |
| Onderzoek mamma, handen in de zij, welke spier? | Pectoralis Major |
| welke bevinding is het meest waarschijnlijk bij een patient met een doorgemaakt trauma? a. na excretie verhogen b. urine productie omhoog c. aldosteron omhoog | c. aldosteron omhoog |
| De primaire functie van de sinussen is afweer. a. onjuist b juist | onjuist |
| Een man komt met een zwelling bij de anus. wat is de aangewezen behandeling? | A. anesthesie plus incisie |
| Een vrouw komt met pijn bij zitten en een tijd lang geen ontlasting gehad. Welke aandoening is het meest waarschijnlijk? | Externe hemorroid |
| Streptokokken infectie behandeling AB? | Penicilline |
| Een patiënt rookt. Op welk soort kanker heeft deze patiënt de minste kans? a. colon b. blaas c. slokdarm | a. colon |
| Spier bovenbeen doorsaal? a. m. semitendinosus b. m. rectus c. m. psoas | a. m. semitendinosus |
| Van welke spier is de m. cremaster het verlengde? | m. obliquus internus |
| Welke zenuw verzorgt de sensibiliteit in het topje van de wijsvingers? a. n. medinaus b n. ulnaris c. n. radialis | a. medianus |
| Door welk verschijnsel wordt een hinchey 3 gekenmerkt? | Purulente peritonitis |
| Wat is gecontra-indiceerd bij een acute diverticulitis? | colonscopie |
| Waar bevindt zich de ring van waldeyer? | a. farynx |
| Welke kleur heeft de gramkleuring bij grampositieven? a. blauwpaars b. rood | a. blauwpaars |
| Welk vat verzorgt de bleodvoorziening van he tcolon descendes? | mesenterica inferior |
| Aantal tonsillectomieen en naar wat is het gedaald de laatste jaren? | a. 40.000 tonsillectomieën en 30.000 adenectomieën |
| Waarom is het aantal tonsillectomieen gedaald? | onderkenning bijdrage immuunsysteem |
| Wat veroorzaakt geen oedeem? a. hartfalen b. nierfalen c. allergische reactie d. diabetes insipidus | d. diabetes inspidus |
| Horen smaakpapillen dorsaal op de tong bij de farynx? a. juist b. onjuist | a. juist |
| Zorgt hypothermie voor een verminderde bloedingsneiging | onjuist |