click below
click below
Normal Size Small Size show me how
Blok Beweging 2016
Extra vragen verzameld
| Question | Answer |
|---|---|
| Behandeling bij een matig ernstige bipolaire depressie betreft in eerste instantie een SSRI | Onjuist |
| Absences zijn kortdurende aanvallen van bewustzijnsdaling (5-10 seconden) waarbij het kind ophoudt met zijn bezigheden, een wazige blik krijgt of de ogen omhoog draait en vaak myoklonieen van de oogleden of mond vertoond. Een absence valt onder | Een gegeneraliseerde epileptische aanval |
| Een voorbeeld van een pseudobulbaire reflex is: a. Ontremming van de masseterreflex b. Dwanghuilen c. Corneomandibulaire reflex d. Alle bovenstaande | D. alle bovenstaande |
| Aanrakingszin behoord tot het: a. Vitale systeem b. Gnostische systeem c. Beide | C Beide |
| Welke van de volgende mogelijkheden past niet bij het beeld neuropathie? a. Symmetrisch aanwezig b. Distaal meer aangedaan dan proximaal c. Sensibel meer aangedaan dan motorisch d. Armen meer aangedaan dan benen | D. Armen zijn meer aangedaan dan benen |
| Welke tremor kan aanwezig zijn bij Parkinson? a. Intentietremor b. Houdingstremor c. Actietremor | B. Houdingstremor |
| Wat is GEEN uitlokkende factor van een acute jicht aanval? a. Alcohol b. Gewrichtstrauma c. Dieet met veel eiwit of uithongeren d. Vrouwelijk geslacht | D. Vrouwelijk geslacht |
| Welk middelengebruik staat bekent om zijn oorzakelijke rol bij het ontstaan van Schizofrenie? a. Cocaïne b. XTC c. Cannabis d. Heroïne | C. Canabis |
| Welke symptomen pleiten voor een paniekstoornis en dus tegen een instabiele angina pectoris. | a. Ontstaan plotseling, waarna de lichamelijke klachten hun hoogtepunt binnen 10 minuten bereiken en daarna geleidelijk afnemen. |
| In-attentie en het onvermogen tot organiseren zijn symptomen die verminderen bij het ouder worden. a. Juist b. Onjuist | B. onjuist |
| Bij welke afasie worden er voornamelijk semantische parafasieën gebruikt en is het taalbegrip fors gestoord? a. Wernicke afasie b. Broca afasie | A. Wernicke |
| Tijdens het onderzoek van de hersenzenuwen wordt de afferente tak van de pupilreactie (directe lichtreactie) bestuurd door de: a. N. oculomotorius b. N. trochlearis c. N. abducens d. N. opticus | D. opticus |
| Bij multiple sclerose is sprake van: a. positieve symptomen b. negatieve symptomen c. zowel positieve als negatieve symptomen | C. Zowel negatieve als positieve symptomen |
| MMSE 100-7 De cognitieve kwaliteit die hiermee getest wordt is: a. het geheugen b. de concentratie c. het rekenen d. het redeneervermogen | B. concentratie |
| Een Hortonse neuralgie wordt gekenmerkt door | aanvallen van zeer heftige pijn achter of in één oog gelokaliseerd, gepaard gaande met tranen van het oog en neusuitvloed |
| Bij een HNP L4-L5 past een radiculair syndroom L5. Dit syndroom wordt gekarakteriseerd door | een hypesthesie op de voetrug en een parese van de voetheffers |
| MS leasies: a. Macrofagen en T-lymfocyten in de grijze stof b. Macrofagen en T-lymfocyten in de witte stof c. Reactieve astrocyten en demyelinisatie in de grijze stof d. Reactieve astrocyten en demyelinisatie in de witte stof | B. Macrofagen en T-lymfocyten in de witte stof |
| De therapeutische werking bij de ziekte van Parkinson van perifere dopa decatrboxylase blokkers in de combinatie met levodopa (I-Dopa) berust op: | Stimulatie van de omzetting van levodopa in dopamine in de hersenen |
| De diagnose vasculaire dementie kan men stellen als er sprake is van dementie in combinatie met: | Vasculaire afwijkingen bij beeldvormend onderzoek, neurologische verschijnselen en een aannemelijke tijdsrelatie met doorgemaakte CVA’s |
| Een patiënt wordt opgenomen met een cauda-syndroom ten gevolge van een grote hernia nuclei pulposi. Er blijkt onder andere sprake te zijn van mictiestoornissen. Het meest waarschijnlijk heeft de patiënt last van: | a. Urge-incontinentie b. Reflex-incontinentie c. Een slappe overloopblaas (goede antwoord) d. Imperatieve blaas |
| Bij een patiënt met een hypofysetumor en gezichtsveldafwijkingen vinden we bij onderzoek a. Binasale hemianopsie b. een linkszijdige homonieme hemianopsie c. Een bitemporale hemianopsie d. Een boogscotoom ODS | c. Een bitemporale hemianopsie |
| Wat is de meest voorkomende oorzaak van een afname van het reukvermogen? a. Trauma capitis b. Ziekte van parkison c. Meningeoom voorste schedelgroeve d. Virale infectie van de bovenste luchtwegen | Virale infectie van de bovenste luchtwegen |
| Over de beginfase van frontotemporale dementie kan gesteld worden dat het merendeel van deze patiënten a. Stemmingsklachten heeft b. Geheugenklachten heeft c. Lichamelijke klachten heeft d. Zelf geen klachten heeft | d. Zelf geen klachten heeft |
| Bij onderzoek aan een pijnlijke knie kort na een trauma doet men eerst actief onderzoek en dan passief onderzoek. a. juist b. onjuist | juist |
| Bij hoeveel procent van de patiënten met een depressie gaat de depressie vanzelf over? a 10% b 25% c 50% | 50% |
| Hoeveel procent van de patiënten met anorexia overlijdt aan deze ziekte? a0-1% b.1-5% c.5-10% d. 10-15% | 5-10% |
| Welke bijwerkingen komen veel voor bij haloperidol gebruik? a.Extrapiramidale stoornissen b.Gastro-intestinale stoornissen c.Paralyse d.Atriumfibrilleren | A. Extrapiramidale stoornissen |
| Bij hoeveel procent van de patiënten verdwijnen psychotische verschijnselen binnen 10 weken onder behandeling? a.30% b.50% c.70% | C. 70% |
| Bij welke structuur is sprake van degeneratie bij de ziekte van Parkinson? a. Nucleus caudatus b. Putamen c. Substantia nigra d. Nucleus subthalamicus e. Globus pallidus | C. Substantia Nigra |
| De plexius brachialis omvat door de wortels C5 t/m Th1. Bij letsel van welke wortel(s) treedt het Horner syndroom op? a. C5 b. C6 & C7 c. C8 d. C8 & Th1 | d. C8 & Th1 |
| Een heamarthros ontstaat direct aansluitend aan een trauma; een hydrops daarentegen ontstaat meestal op een later tijdstip a. Juist b. Onjuist | A. Juist |
| Welk van onderstaande criteria hoort niet tot de criteria van reumatoïde artritis a. Ochtendstijfheid b. Afwijkingen op röntgenfoto c. Heberden noduli d. Symmetrisch aangedane gewrichten | c. Heberden noduli |
| Hoeveel procent van de patiënten met RA heeft tijdens de ziekte een periode met een positieve serologie test? a. 90% b. 70% c. 30% d. 10% | A. 90% |
| Hoeveel procent van de patiënten met een stemmingsstoornis overlijdt door suïcide? a. 5% b. 10% c. 15% d. 20% | 15% |
| Welke aandoening veroorzaakt tijdelijke visusdaling? a.Ablatio retinae b.Maculadegeneratie c. Acuut glaucoom d. Cataract | c. acuut glaucoom |
| Een effectieve behandeling voor patiënten met het restless legs syndroom (RLS) is behandeling met levodopa preparaten. a. Juist b. Onjuist | juist |
| Meer dan 50% van de migraine patiënten heeft een aura in het kader van een migraine aanval. a. Juist b. Onjuist | A. juist |
| Wat is GEEN veroorzaker van virale keratitis? a. Herpes simplex virus b. Varicella-zoster virus c. Adenovirus d. HIV virus | d. HIV virus |
| Welke neurologishe aandoening is geassocieerd met neuritis optica? a. Epilepsie b. Multipele sclerose c. Tumor cerebri d. Ziekte van Parkinson | B MS |
| Waar bevindt zich het tweede neuron van het gnostische sensibiliteitssysteem? a. Dorsale ganglion b. Thalamus c. Ruggenmerg d. Medulla oblongata | d. Medulla oblongata |
| Welk symptoom past het minst bij de ziekte van Alzheimer? a. Apraxie b. Agnosie c. Dysartrie | c. dysarthrie |
| Doorbloedingsstoornissen van de a. opthalmica, zoals bij een TIA, veroorzaken meestal een amaurosis fugax die optreedt in één oog. a. Juist. b. Onjuist | a. juist |
| Bij de ziekte van Parkinson is sprake van een: | b. Hyperkinetische aandoening: door relatieve overactiviteit van het indirecte systeem van het thalamocorticale circuit |
| Aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis is een: a. Ontwikkelingsstoornis b. Persoonlijkheidsstoornis c. Stemmingsstoornis d. Impulscontrolestoornis | a. Ontwikkelingsstoornis |
| Wat is een belangrijk verschil tussen HSMN (ook wel Charcot Marie Tooth Syndrome genoemd) type 1 en type 2? In type 1 zijn de... a. Myeline cellen aangetast b. Axonen aangetast c. Geen van beide | a. Myeline cellen aangetast |
| Wat is GEEN kernsymptoom van de Ziekte van Parkinson? a. Houdingsinstabiliteit b. Tremor c. Geheugenverlies d. Rigiditeit | c. geheugenverlies |
| Een patiënt meldt zich met uitstralende pijn in het linkerbeen. Bij lichamelijk onderzoek is de proef van Laseque beiderzijds negatief. De omgekeerde Proef van Laseque is links positief. Op welk niveau het probleem? | c.L3-L4 |
| Vanuit goed opgezette onderzoeken waarin optimale dosering van antipsychotica met elkaar worden vergeleken, blijkt dat er nauwelijks verschil is in effectiviteit tussen de diverse middelen. De enige uitzondering hierop is: | *a. clozapine b. haloperidol c. risperidon |
| ALLE antipsychotische middelen zorgen voor: A .blokkade van de muscarinereceptoren b. blokkade van alfa-1-receptoren c. blokkade van dopamine-D2-receptoren d. blokkade van histamine-1-receptoren | c. blokkade van dopamine-D2-receptoren |
| Inmiddels is bekend dat alle monoaminen een rol spelen bij stemmingsstoornissen, waarbij de rol van ………………………. het meest belangrijk wordt geacht. a. noradrenaline b. serotonine c. dopamine | b. serotonine |
| Een laesie in de n. femoralis laesie geeft: a. achillespees reflex b. kniepeesreflex uitval c. pathologische voetzoolreflex | b. kniepeesreflex |
| Laesie van de n. Musculocutaneus geeft: a. strekken elleboog en pronatie b. strekken elleboog en supinatie c. buigen elleboog en pronatie d. buigen elleboog en supinatie | buigen elleboog en supinatie |
| Een patiënt komt op het spreekuur in verband met een bewegingsbeperking van de rechterschouder. Bij lichamelijk onderzoek blijkt er sprake te zijn van scapula alata. Welke bewegingsbeperking wordt gezien? | * a. elevatie b. endorotatie c. exorotatie |
| De meest voorkomende fractuur bij mensen, de distale radiusfractuur, kan gepaard gaan met letsel van de n. radialis. Letsel aan de n. radialis in dit geval leidt tot: a. sensorische uitval b. motorische uitval c. beide d. geen van beide | * a. sensorische uitval |
| De meest voorkomende laesie van de zenuwen van de bovenste extremiteit is: a. n. medianus door compressie bij carpaletunnelsyndroom b. n. Ulnaris door drukbelasting van het telefoonbotje c. n. radialis door fractuur | b. n. Ulnaris door drukbelasting van het telefoonbotje |
| Klompvoet is de meest voorkomende misvorming van de extremiteiten, waarbij de voet gefixeerd is in plantair flexie en supinatie. Deze voetstand is intra-uterien tijdens de 8-11 week van de zwangerschap fysiologisch. a. Juist b. Onjuist | a. juist |
| Wanneer de m. iliopsoas gefixeerd is in buigstand door blijvende contractie, bijvoorbeeld spasme of dystonie, kan men: a. het been niet optillen b. niet zitten c. niet rechtop staan | c. niet rechtop staan |
| Het tarsaletunnelsyndroom leidt tot een: a. spitsvoet b. holvoet c. platvoet d. klompvoet | b. holvoet |
| Iemand met afasie kan de taal wel goed begrijpen, maar heeft moeite met het vinden van de juiste woorden, oftewel expressieve afasie. Het probleem zit hierbij in de: a. efferente zenuwbanen (Broca) b. afferente zenuwbanen (Wernicke) | a. efferente zenuwbanen (Broca) |
| Confabuleren is een fantasie die meestal wordt gebruikt om: a. geheugendefecten te compenseren b.de onderzoeker te misleiden | b.de onderzoeker te misleiden |
| Bij manische patiënten is er sprake van een expansieve stemming. De gevoelens en emoties zijn dermate heftig dat de patiënt ze niet goed in bedwang kan houden. Dit kan zich uiten als: a. eufore stemming b. chagrijnige stemming c. beide | c. beide |
| De ziekte van Parkinson is een: a.. synucleïnopathie b. tauopathie c. myelopathie | a.. synucleïnopathie |
| Een patiënt komt met een hangende linker mondhoek ook kan patiënt zijn linker oog niet sluiten, er blijkt sprake te zijn van een perifere aangezichtsverlamming. De volgende stap is nu het testen van het gehoor. a. Juist b. Onjuist | a. juist |
| Een breed gangspoor past bij een stoornis van: a. het extrapiramidale systeem b. het cerebellum c. de prefrontale cortex | b. cerebellum |
| Het assenschema in de DSM-IV-TR wordt gebruikt om psychiatrische symptomen te classificeren aan de hand van vijf dimensies. Welke van de onderstaande classificaties is niet correct? | a. ADHD op as 1 * b. antisociale persoonlijkheidsstoornis op as 1 c. Mentale retardatie op as 2 |
| De ziekte van Parkinson wordt gediagnosticeerd aan de hand van een CT-scan waarop depigmentatie van de substantia nigra te zien is. a. Juist b. Onjuist | b. onjuist |
| .Welke type van ADHD komt het meest voor? a. Het inattente type b. Het hyperactieve-impulsieve type c. Het gecombineerde type | c. Het gecombineerde type |
| Een HNP kan gepaard gaan met verlaagde reflexen als gevolg van prikkeling van een zenuwwortel. Een verlaagde achillespeesreflex past het beste bij een HNP op het niveau van: a. L3-L4 b. L4-L5 c. L5-S1 | c. L5 - S1 |
| Welke factor is NIET bijdragend aan het instandhouden van een angststoornis? a. Anticipatieangst b. Angstreducerend gedrag c. Exposure in vivo d. Vermijdingsgedrag | c. Exposure in vivo |
| Een depressieve patiënt reageert niet op behandeling met SSRI en TCA. Wat is de volgende stap in de behandeling? a. ECT (electroconvulsie therapie) b. TCA icm. Lithium c. MAO-remmer | b. TCA icm. Lithium |
| Wat betreft de wervelkolom is er in de fysiologische situatie sprake van: | a. een thoracale lordose en een lumbale kyfose: *b. een thoracale kyfose en een lumbale lordose: c. een cervicale kyfose en een thoracale lordose: d. een cervicale kyfose en een lumbale lordose: |
| Bij verdenking op radiculaire prikkeling worden verschillende testen gedaan, zoals de proef van Kemp, (gekruiste, omgekeerde) proef van Lasègue en de proef van Bragard. Welke uitkomsten verwacht u bij een aandoening van de n. femoralis? | a. Alle bovenstaande proeven positief b. Alle bovenstaande proeven negatief c. Alleen de gekruiste proef van Lasègue positief *d. Alleen de omgekeerde proef van Lasègue positief |
| Een persoon wordt gevraagd een vol glas water te pakken en naar de lippen te brengen. Welk hersengebied verzorgd primair de feedback als de beweging in gang is? a. Basale ganglia b. Cerebellum c. Premotorische cortex d. Primaire motor cortex | b. Cerebellum \ |
| De proef van Rinne is negatief voor zijn rechteroor. De proef van Weber lateraliseert naar rechts. Dit past bij: 1. geleidingsdoofheid rechts 2. geleidingsdoofheid links 3. perceptiedoofheid rechts 4. perceptiedoofheid links | 1. geleidingsdoofheid rechts |
| Schizofrenie wordt gekenmerkt door negatieve en positieve symptomen. Hallucinaties bij schizofrenie vallen onder de: a. positieve symptomen; b. negatieve symptomen. | a. positieve symptomen |
| onjuist? a. Suïcidepogingen vaker door vrouwen, suïcide door mannen b. * vaak in voorjaar, suïcides hele jaar c. Suïcidepogingen vaker lage sociale klasse suïcides zijn gelijk verdeeld d. Suïcidepogingen 20-40 jaar oud, suïcides toe met leeftijd | *b. Suïcidepogingen gebeuren vaak in het voorjaar, suïcides het hele jaar door B is onjuist, suïcidepogingen zijn het hele jaar gelijk en suïcide vindt vooral plaats in het voorjaar |
| Welke van de onderstaande beweringen is juist? *d. De indirecte route verloopt via striatum via de globus pallidus en de nucleus subthalamicus naar de thalamus en werkt remmend op de thalamus | *d. De indirecte route verloopt via striatum via de globus pallidus en de nucleus subthalamicus naar de thalamus en werkt remmend op de thalamus |
| Hoe groot is het percentage linkshandigen, waarbij de taalfuncties voornamelijk in de rechter hemisfeer gerepresenteerd zijn? a. Meer dan 80% b. Minder dan 20% c. 50% | b. Minder dan 20% |
| Bij een jumper’s knee gaat meestal om een ontsteking van de aanhechting van de kniepees aan: a. de onderpool van de patella b.de bovenpool van de patella c. de tuberositas tibiae | a. de onderpool van de patella |
| Welk klinisch beeld past bij een ‘bucket handle’ laesie van een meniscus? a. Instabiliteit van de knie b. Startstijfheid van de knie c. Knie op slot | c. knie op slot |
| Het niveau van het bewustzijn wordt gereguleerd vanuit de .. a.. Formatio reticularis b. Periaquaductaal grijs c. Nucleus gracilis d. Corpora mammilla | a.. Formatio reticularis |
| Bij welk percentage van de ‘holvoeten’ wordt een perifere of centrale neurologische aandoening gevonden? a. Minder dan 50% b. Tussen de 50% en de 80% c. Meer dan 80% | b. Tussen de 50% en de 80% |
| Welke aandoening aan je schouder ontstaat het meest waarschijnlijk na een periode van immobiliteit? a. Impingement b. frozen shoulder c. rotatorcuff letsel. | b. frozen shoulder |
| In een psychiatrisch onderzoek wordt de vraag gesteld: “heeft u het gevoel dat de dingen om u heen niet echt zijn?” Deze vraag beoogt het testen op de aanwezigheid van a. Depersonalisatie b. Derealisatie c. Hallucinatie d. Waan | b. Derealisatie |
| Apathie en sociaal isolerend gedrag bij schizofrenie behoren tot de: a. Positieve symptomen b. Negatieve symptomen | b. Negatieve symptomen |
| Een bakerse cyste is een zakvormige uitstulping van de synoviale membraan in de fossa poplitea. a. Juist b. Onjuist | a. Juist |
| Een eerste aanval van jicht presenteert zich meestal in: a. Het gewricht van de grote teen b. Knie c. MCP gewricht | a. Het gewricht van de grote teen |
| Welke bursa staat altijd in verbinding met de gewrichtsholte? a. Bursa intrapatellaris profunda b. Bursa trochanteria c. Bursa prepatellaris d. Bursa suprapatellaris | d. Bursa suprapatellaris |
| Iemand van 68 jaar valt en wordt gevonden met een been dat verkorting en exorotatie vertoont. Welke aandoening is het meest waarschijnlijk? a. een bekkenfractuur b. een collumfractuur c. een heupluxatie | *b. een collumfractuur |
| De duchenne-gang wordt veroorzaakt door zwakte van welke spier: a. M. gluteus medius b. M. adductor longus c. M. quadriceps | a. M. gluteus medius |
| Charcot gewrichten kunnen onder andere in de knie, enkel, voet, en schouder ontstaan. Waar komt dit door? a. Verlies pijnsensatie b. Ontsteking gewrichten c. Osteoporose | a. Verlies pijnsensatie |
| Welk van de volgende symptomen is geen risicofactor voor een geslaagde suïcidepoging? a. Adolescentie b. Mannelijk geslacht c. Omschreven suïcideplannen d. Psychotische symptomen | *a. Adolescentie |
| Welk van de volgende middelen is niet geschikt voor de behandeling van een manische episode bij de bipolaire stoornis? a. antidepressivum b. antipsychoticum c. benzodiazepine d. stemmingsstabilisator | a. antidepressivum |
| Anticipatoire angst doet zich vaak voor bij een van de onderstaande angststoornissen: a. fobie b. gegeneraliseerde angststoornis c. paniekstoornis | a. fobie |
| Een psychiatrische structuurdiagnose omvat in elk geval een psychiatrisch onderzoek en een… a. beschrijving van uitlokkende factoren b. milieu-onderzoek c. psychologisch testonderzoek d. somatisch onderzoek | a. beschrijving van uitlokkende factoren |
| In het DSM-IV classificatiesysteem worden de eerste twee assen gebuikt om een onderscheid te maken tussen… a. organische versus functionele stoornissen b. psychotische versus neurologische stoornissen c. syndromale versus persoonlijkheidsstoornissen | c. syndromale versus persoonlijkheidsstoornissen |
| Welke van de volgende stellingen is juist? I Seksuele ontremming kan een bijwerking zijn van dopaminerge medicatie. II Anti-emetica als Primperan en Zofran zijn bij de ziekte van Parkinson gecontra-indiceerd. | *a. Alleen stelling I is juist. b. Alleen stelling II is juist. c. Beide stellingen zijn juist. d. Beide stellingen zijn onjuist. |
| Wat heeft het meeste effect bij een depressieve stoornis? a. Cognitieve gedragstherapie b. Medicatie c. Beiden zijn even geschikt | *c. Beiden zijn even geschikt |
| Met welke proef kan men de stabiliteit van het bekken onderzoeken? a. Proef van Kemp b. Proef van Spurling c. Proef van Lasègue d. Proef van Trendelenburg | d. Proef van Trendelenburg |
| Bij de besturing van het oog zijn een aantal hersenzenuwen betrokken. Welk van de volgende zenuwen zorgt voor sluiting van de ogen? a. N. Facialis b. N. Trigeminus c. N. Oculomotorius | a. N. Facialis |
| Bij uitval van welke hersenzenuw ontstaan er gekruiste dubbelbeelden? a. N. III b. N. IV c. N. VI | a. N. 3 |
| Amaurosis fugax is een voorbijgaande ischemie van de retina. a. Juist b. Onjuist | a. juist |
| Bij een eenzijdige centrale aangezichtsverlamming kan men beide ogen sluiten. a. Juist b. Onjuist | a. juist |