Test Android StudyStack App
Please help StudyStack get a grant! Vote here.
or...
Reset Password Free Sign Up

Free flashcards for serious fun studying. Create your own or use sets shared by other students and teachers.


incorrect cards (0)
correct cards (0)
remaining cards (0)
Save
0:01
To flip the current card, click it or press the Spacebar key.  To move the current card to one of the three colored boxes, click on the box.  You may also press the UP ARROW key to move the card to the Correct box, the DOWN ARROW key to move the card to the Incorrect box, or the RIGHT ARROW key to move the card to the Remaining box.  You may also click on the card displayed in any of the three boxes to bring that card back to the center.

Pass complete!

Correct box contains:
Time elapsed:
Retries:
restart all cards



Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.

  Normal Size     Small Size show me how

Chapitre 3

Gezondheid en Geneeskunde Woordenschat

NameTranslation
Ernstig sérieux
de kwaal le mal
last hebben van souffrir de quelque chose
à cause du mal van de pijn
lijden souffrir
lijden aan souffrir de
gevoelig sensible
zeer doen faire mal (= pijndoen)
de gezondheidsklachten problèmes de santé
overgaan passer (partir)
het verloop le déroulement
na verloop van tijd après un temps
de beterschap la guérison
van harte beterschap "Bonne guérison"
de verkoudheid le rhume
bibberen = beven = rillen trembler
duizelig pris de vertige
misselijk qui a mal au coeur
overgeven = braken = kosten vomir
kreunen gémir
oplopen attraper
ontsteken infecté
het virus le virus
het zweet la transpiration
het symptoom le symptôme
besmettelijk contagieux
overdragen transmettre
erfelijk maladie héréditaire
het bloed le sang
de hartaanval crise cardiaque
de aanval crise, attaque
de wond = de wonde la blessure, la plaie
hechten coudre, suturer
de bloeddruk le groupe sanguin
flink solide, robuste
de kracht la force, la vigueur
stijf raide
slap mou
de breuk la fracture
verlamd paralysé
de gehandicapt = invalide l'handicapé
het gevaar = het risico le danger, le risque
het risico lopen dat... le risque d'avoir...
op eigen risico à ses risques et périls
nadelig désavantageux
schadelijk nuisible
giftig toxique
verwoesten ravager
uitwendig externe
inwendig interne
het bewustzijn conscience
bewustzijn verliezen perdre conscience
bewustloos inconscient
het ziekenhuis = de kliniek l'hôpital
in het ziekenhuis liggen être à l'hôpital
de afdeling division, département
de ambulance = de ziekenwagen l'ambulance
overbrengen transmettre
medisch = geneeskundig médical
de gezondheidzorg la santé publique
de hulpverlening l'aide, l'assistance
het tehuis le centre, le foyer
de dokter = de arts le docteur
naar de dokter gaan aller chez le médecin
de verpleegkundige l'infirmier
de verpleegster = de zuster l'infirmière
de huisharts = de huisdokter le médecin généraliste
een afspraak hebben avoir un rendez-vous
het spreekuur l'heure de consultation, la consultation
lichamelijk = fysiek physique
geestelijk = psychisch psychique
het onderzoek l'examen
constateren = vaststellen constater, déterminer
de keuring le test, l'essai
zorgen prendre soin
verzogen prendre soin de
de verzorging les soins
zorgzaam prévenant
verplegen soigner
de ronde la ronde, le tour, la patrouille
zijn ronde doen faire son tour, faire sa ronde
het medicijn = het geneesmiddel le médicament
de prik la piqûre
het spuitje la seringue
het drankje la boisson
de druppel la goutte
slikken avaler
de pleister le sparadrap
het verband le bandage
het gips le plâtre
het vaccin le vaccin
het antibioticum l'antibiotique
de zalf la pommade
de tube zalf le tube de pommade
uitwerken faire de l'effet
het recept prescription, ordonnance
voorschrijven prescrire
behandelen traiter
behandeling traitement
de operatie = de ingreep l'opération
een operatie ondergaan subir une opération
een operatie uitvoeren pratique une opération
bewegen déplacer
ontspannen relâcher, détendre, décontracter, relaxer
herstellen guérir, rétablir
genezen guérir
de genezening la guérison
de verbetering l'amélioration
bevorderen aider, encourager, favoriser, stimuler
de bescherming la protection
preventief prévention
het zwangerschapsverlof le congé de maternité
vruchtbaar fertile
bevallen accoucher
de bevalling l'accouchement
ondersteunen soutenir
redden sauver quelqu'un
de EHBO (eerste hulp bij ongelukken) les premiers secours
(zich) verzekeren (tegen) s'assuré pour (contre)
de ziektekosten les frais médicaux
de zorgverzekering = de ziekenfonds l'assurance maladie
zich aansluiten (bij) se joindre à
arbeidsongeschikt en incapacité de travail
het attest le certificat
dood gaan = sterven = overlijden mourir
dodelijk mortel
de drank la boisson, la boisson alcoolisée
dronken bourré
nuchter sobre ou à jeun
verslaafd dépendant
het pakje un paquet
opsteken allumer
de gebruiker le drogué
het drugsbeleid la politique de drogue (contre la drogue)
Created by: gfm33 on 2013-12-11



bad sites Copyright ©2001-2014  StudyStack LLC   All rights reserved.